Inspirerende pilot elders? Pas op voor valkuilen

De schoolleider heeft van collega’s over ‘een interessante pilot’ gehoord en raad eens wat: dat wil hij op jullie school ook eens gaan proberen. Houd als mr de vinger aan de pols en claim alle ruimte om mee te praten, adviseert de AOb.

Hij hoort het vaak, zegt Marcel Koning, beleidsadviseur medezeggenschap bij de Algemene Onderwijsbond. “Dan is een bestuurder of schoolleider op een congres geweest, is daar ‘geïnspireerd’ geraakt en dat wil hij of zij dan ook vertalen naar de situatie op hun eigen school. Om het team mee te krijgen klinkt dan al gauw: het is niet definitief, we gaan het onderzoeken op haalbaarheid en werkbaarheid, het is gewoon een ‘pilot’.”

In de Wet medezeggenschap op scholen staat geen enkel artikel dat betrekking heeft op pilots. Experimenten worden wel genoemd, maar de positie van de mr kan lastig zijn, zegt Koning. “De term ‘onderwijskundig project of experiment’ komt wel in de wet voor. Als het een extern project is dan heeft de hele mr adviesrecht en er is instemmingsrecht per mr-geleding al naar gelang die gevolgen ondervindt van het project. Maar als het binnen de eigen school is, bijvoorbeeld iets nieuws uitproberen met het taakbeleid bij één sectie, hoe zit het dan? Ik persoonlijk vind dat je dan ook die instemming van de mr moet hebben. Maar er is geen jurisprudentie.”

Onomkeerbaar

De medezeggenschap is in elk geval wel aan zet als een pilot onomkeerbaar is. Dan heet het wel een proef, maar gaat het om iets nieuws dat onder het advies- en instemmingsrecht valt. Wanneer de school wel op haar schreden terug kan keren, en de pilot dus duidelijk beperkt is tot een bepaalde periode of een bepaalde groep, dan is toestemming van de mr formeel niet vereist. Toch is dat eigenlijk ook onduidelijk, vindt Koning. “Wat is de afbakening van beperkt? Een half jaar, of is een periode van vier jaar dat ook? En betekent beperkt: niet voor de hele school, maar bijvoorbeeld wel voor 90 procent van de groepen? Of is beperkt als het maar 10 procent is?”

Hij ziet allerlei risico’s voor hapsnapbeleid. Koning: “De afbakening moet duidelijk zijn en van tevoren vast worden gelegd. Want je kunt aangeven dat het een experiment van een half jaar is, en het daarna weer verlengen met een half jaar omdat ‘alle informatie er nog niet is’ en ga zo maar door. Dan ontwijk je dus de bevoegdheden van de mr. Die truc wordt wel toegepast, weet ik. Als er weerstand is bij de pmr om bijvoorbeeld over te stappen op vrijer taakbeleid. Dat heet het een ‘pilot’ en ‘gaan we het uitproberen’ en wordt de mr op afstand gehouden met de mededeling dat het wel ter instemming wordt voorgelegd als het definitief wordt. Maar dat is te vaag.”

Criteria voorop

Koning adviseert iedere medezeggenschapsraad om goed op te letten als de term ‘pilot’ valt. Los van de rechten die je wel of niet hebt. “Zorg dat je een aantal zaken goed weet: wat is de duur van het project, wat is het doel, wie zijn erbij betrokken, hoe wordt het geëvalueerd en wíe gaat de pilot uiteindelijk beoordelen? Op basis van welke criteria heet het straks geslaagd of niet: dat moet je weten. Het gaat natuurlijk ook om de gevolgen voor leerlingen en het personeel. Je moet weten wat de impact van een pilot is en zorgen dat je betrokken en geïnformeerd blijft gedurende de looptijd van de pilot.”

Hij kent heel wat verhalen, van hoe bestuurders pilots gebruiken om de medezeggenschap een beetje te kneden, zoals hij het noemt. “Op de achtergrond speelt de wens voor nieuw beleid. Maar om dat alvast wat in te masseren en te voorkomen dat er een nee vanuit de mr komt, heet het eerst een ‘pilot’. Dat klinkt niet zo bedreigend.”

Praktijkvoorbeeld: de pilot Onderwijstijd

Vanaf het komende schooljaar (september 2024) start er een grote, tweejarige, pilot Onderwijstijd vo, vanuit het ministerie van OCW, de onderwijsbonden en de VO-raad. Doel van de pilot is om de kwaliteit van de lessen te verbeteren, de werkdruk te verlagen en leraren meer tijd te geven voor lesvoorbereiding en ontwikkeling. Dat moet lukken door het aanbieden van minder lesuren. Er doen in de eerste tranche meer dan 50 vo-scholen aan mee.

In het begeleidend schrijven wordt de medezeggenschap meerdere malen genoemd. “Betrokkenheid van de medezeggenschapsraad is essentieel” en “juist voor een pilot als deze is de medezeggenschap van groot belang.” Ook: “Scholen moeten zich ten allen tijden aan alle betrokkenen (dus niet alleen aan de inspectie maar ook bijvoorbeeld aan de medezeggenschapsraad en aan leerlingen en ouders) kunnen verantwoorden over de gemaakte keuzes.” De mr moet ‘goed en tijdig worden geïnformeerd’ en de mr moet vooraf de gelegenheid krijgen om advies uit te brengen over een besluit met betrekking tot deelneming of beëindiging aan de pilot onderwijstijd.”

Marcel Koning: “Wij hebben ons als AOb echt hard gemaakt om die betrokkenheid van de mr te waarborgen bij deze pilot en dat is goed gelukt.”

Anouk Bijvank is voorzitter van de medezeggenschapsraad van het A. Roland Holstcollege in Hilversum, één van de scholen in de pilot onderwijstijd. “De schoolleiding kwam een tijd geleden bij ons met het voorstel om aan deze pilot mee te doen. Wij zijn een daltonschool-in-oprichting en we waren daarom toch al bezig met veranderingen omdat we met daltonuren aan de slag wilden. Bij het proces naar die nieuwe lessentabel zijn wij als (p)mr nauw betrokken geweest. Er is veel over de lessentabel gepraat in de secties en de teams en dat heeft ertoe geleid dat we als mr unaniem hebben kunnen instemmen. Wij hadden niet zelf van deze pilot gehoord, maar we zien het belang ervan in omdat het aansluit met waar wij al mee bezig zijn. Het is steeds moeilijker om bevoegde docenten voor de klas te krijgen, dus die aanpassingen in de lessentabel en het inperken van de onderwijstijd kunnen daarbij helpen.”

Alleen maar halleluja dus? “Nou.. Eén van de voorwaarden om aan de pilot mee te mogen doen is dat je als school een professioneel statuut moet hebben. En dat hebben wij nog niet. Ik vind het professioneel statuut nogal vaag allemaal, al is het uitgangspunt, dat de professionals in the lead zijn, natuurlijk prima. Kortom: ik heb daar nu veel werk aan, maar we zien het uiteindelijk als een mooie kans en hopen dat de pilot ons wat oplevert, dat we meer ruimte en minder werkdruk kunnen creëren voor onze collega’s.”

Ook het Vathorstcollege in Amersfoort doet mee aan de pilot. “De schoolleiding heeft het netjes ter instemming voorgelegd aan de mr”, zegt pmr-lid Suzanne Stuifbergen. En ze voegt daaraan toe: “Wel was het zo dat op de dag van de vergadering deelname aan de pilot al was toegezegd, maar als we niet hadden ingestemd had de school zich teruggetrokken.” Er zijn geen concrete afspraken gemaakt rondom evaluatie “maar de schoolleiding informeert eigenlijk bij alle belangrijke ontwikkelingen tussentijds. Evalueren is inmiddels op alle niveaus ingebed op school en het staat ons ook vrij om het te agenderen.”