Begroting: Voer een goed gesprek bij de cijfers

Om de begroting voor 2023 tijdig rond te hebben moet die in het najaar bij de medezeggenschapsraad liggen. Wat kunnen mr-leden als de financiën op de agenda verschijnen?

- 6 Minuten om te lezen

playmobil-vierkant

Om de begroting voor 2023 tijdig rond te hebben moet die in het najaar bij de medezeggenschapsraad liggen. Wat kunnen mr-leden als de financiën op de agenda verschijnen?

Je hoeft geen financieel expert te zijn om als medezeggenschapper zinvol met je bestuurder te kunnen praten over de begroting. Dat zegt Paul Hellings, beleidsmedewerker financiën bij de Algemene Onderwijsbond. Hij weet dat veel mr-leden de behandeling van de begroting als moeilijk en ‘niet hun ding’ zien, maar dat is nergens voor nodig, benadrukt hij. “Zonder financiële achtergrond kun je toch het goede gesprek voeren. Als je maar de juiste vragen stelt.”

Er is één ding waar het allemaal om draait, zegt hij: wat dóét de school met het geld. Welke keuzes worden er gemaakt, welke prioriteiten zijn er en hoe zie je die terug in de begroting? Paul Hellings: “Als mr moet je willen weten of er krimp of groei wordt verwacht. En of dat leidt tot een herverdeling van het geld voor de prioriteiten die er zijn. Waar gaat meer geld naar toe, en waar minder, als dat aan de orde is.”

Kaderbrief

Sommige medezeggenschapsraden hebben voor de zomer al een zogeheten kaderbrief met de verwachtingen over aantallen leerlingen, eventuele loonstijgingen en omvang van de formatie. Als die kaderbrief er niet is, staan zulke aannames in de begroting. Het is belangrijk dat besturen een inzichtelijke en beleidsrijke begroting schrijven, benadrukt Hellings. Als mr-lid moet je uit de tekst kunnen lezen hoe de ambities en prioriteiten worden gedekt door de financiën. Wat zijn de keuzes, de dilemma’s en de alternatieven?

Hellings: “Als beter leesonderwijs een van de prioriteiten is op jouw school, dan wil het bestuur daar wellicht twee extra mensen voor aantrekken. Gebeurt dat met incidenteel of structureel geld? Waar kun je die post dan terugvinden? Of is het verwerkt in de totale salariskosten? En staat dat plan ook in de begeleidende tekst? Een bestuur moet de beleidskeuzes zowel in de tekst als in de cijfers laten zien. Een goede toelichting bij een begroting is belangrijk. De kwaliteit van de begroting moet beter, dat is een taak voor de bestuurders.”

Want, zegt Hellings, zelf natuurlijk een expert als het om de cijfers gaat: “Mensen die de cijfers snappen kúnnen die toelichting wel schrijven, maar het is niet hun natuurlijke reflex. Dus vráág daarnaar als mr: hoe zijn geld en beleid aan elkaar gekoppeld.”

Incidenteel geld

Het tijdelijke extra geld dat er is gekomen om eventuele corona-achterstanden weg te werken (NPO-middelen, geld in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs), speelt dit jaar natuurlijk ook mee. Een deel is waarschijnlijk nog niet uitgegeven. Scholen hebben meer tijd gekregen om dat geld goed in te zetten. “Vraag ook daar als mr naar”, adviseert Hellings. “Wat zijn de plannen met dat extra geld, waar is het in de begroting terug te vinden? Moeilijkheid daarbij is natuurlijk dat veel scholen het graag aan extra personeel zouden besteden maar er is een enorm lerarentekort: er zíjn geen extra mensen.”

Vergelijk je cijfers

Voor de mr is de site benchmarkpovo.nl handig: daar kun je de informatie over je eigen bestuur vinden, maar die cijfers ook vergelijken met andere besturen als het gaat om thema’s als personeel, financiën en huisvesting. “Heel laagdrempelig en het is informatief als jij jezelf vergelijkt met een ander. Waarom zit jij boven of onder het gemiddelde? Als je die toelichting vraagt en krijgt van je bestuurder, weet je veel meer.”

Maak gebruik van die gegevens, zegt Hellings. “Er is heel veel openbare informatie beschikbaar bij OCW en DUO. Als je het zelf niet kunt vinden, vraag dan aan de controller hoe jullie gegevens zich verhouden tot die van scholen met een vergelijkbare populatie of een school in dezelfde gemeente. Dan hoef je het zelf niet op te zoeken, maar zo’n toelichting geeft vaak veel informatie. Jezelf vergelijken met anderen gaat niet om beter of slechter zijn. Het geeft inzicht.”

Niet moeilijk

De mr professionaliseren, ook als het om de begroting gaat, is belangrijk, benadrukt Hellings. Het is allemaal niet zo moeilijk, zegt hij. “Vergelijk het met de eerste keer je belasting invullen: er zijn weinig mensen die daar heel vrolijk van worden. Maar als je het een keer onder begeleiding hebt gedaan, blijkt het reuze mee te vallen. Dat is ook zo bij een schoolbegroting op hoofdlijnen bekijken. Er is veel koudwatervrees.”

Het beloofde formele instemmingsrecht van de mr op hoofdlijnen van de begroting is nog altijd niet omgezet in een besluit: het voorstel zwerft al jaren rond in Den Haag. Hellings blijft het belang onderstrepen: “In de praktijk gaan veel besturen dat gesprek al serieus aan, maar het gaat om duidelijkheid, het moet wettelijk verplicht zijn om de instemming van de mr te hebben op die hoofdlijnen, die ook duidelijk omschreven moeten worden. Ook belangrijk voor medezeggenschappers die te maken hebben met besturen die wat minder welwillend zijn.”

Drie tips: Zo kun je goed praten over de begroting:

  1. School jezelf zodat je op hoofdlijnen het goede gesprek kunt voeren. Daar hoef je geen expert voor te worden.
  2. Begin in mei-juni al het gesprek over de begroting. Vraag naar de kaderbrief en als die er niet is, informeer dan naar de aannames als het gaat om leerlingenaantallen en formatie: voer dáár het gesprek over. Eventuele wijzigingen kunnen dan nog meegenomen worden in de begroting.
  3. Gebruik alle benchmarkgegevens die er zijn. Van PO- en VO-raad, van DUO en OCW.

Werk aan je eigen deskundigheid

Er moet veel meer aandacht komen voor scholing voor mr-leden, vindt Hellings. “Deskundigheidsbevordering is echt nodig, maar ook lastig omdat de mr vaak van samenstelling wisselt. Toch moet dat zowel vanuit de overheid als vanuit de inspectie, de besturen en de vakbonden nog meer aandacht krijgen. Goede tegenspraak van een deskundige medezeggenschapsraad is belangrijk voor iedereen.”

Deskundigheid leidt vanzelf tot meer motivatie, denkt hij. Dat kan er weer toe leiden dat mensen langer in de mr actief blijven. Dat de personeelsgeleding wat meer uren voor het mr werk krijgt is ook belangrijk, zegt hij “maar het draait toch vooral om de motivatie.” Dus regel je scholing, het aanbod is enorm en je kunt voor maatwerk kiezen: een trainer kijkt met de mr expliciet naar de cijfers en gegevens van jouw school/bestuur.

Zoek als mr contact met andere medezeggenschappers, adviseert Hellings. “Dat kan heel kleinschalig: binnen je eigen bestuur, of binnen je eigen gemeente. Drink eens koffie en vraag: waar lopen júllie tegenaan, en wat zijn jullie successen? Wat doen jullie hetzelfde of pak je juist anders aan? Dat gesprek, ervaringen delen, dat levert vaak veel op. Dat gebeurt helaas weinig, iedereen is erg georiënteerd op de eigen school, maar in de praktijk blijkt iedereen vaak tegen dezelfde zaken aan te lopen.”

Er komen wel steeds meer handreikingen, er is de site sterkmedezeggenschap.nl, maar het is nog niet genoeg, vindt hij. Een mr kan externe deskundigheid inhuren, maar dat gebeurt nog veel te weinig, vindt Hellings. “Dat is geen automatisme voor veel medezeggenschappers, maar dat zou vanuit alle kanten veel meer gestimuleerd moeten worden. Besturen moeten en kunnen dat betalen, ze krijgen er geld voor binnen de bekostiging.”