Boterhammen op school, wie gaat ze smeren?

Er is sinds eind maart 100 miljoen euro beschikbaar om te voorkomen dat leerlingen met een rammelende maag in de klas zitten, en daar horen regels bij, formulieren en verantwoording. Hoe regelt de school dat zonder leraren en ondersteuners een taak erbij te geven?

Tekst Miro Lucassen - - 3 Minuten om te lezen

boterhammen-op-school-wie-gaat-ze-smeren-2

Thuis een maaltijd overslaan door geldgebrek, het is in de beleving van veel leraren al jaren geen uitzondering meer. Sommige scholen hebben brood en beleg op voorraad, op andere plekken steken vrijwilligers helpende handen toe. Boegbeeld en inspiratiebron is Rotterdammer Johan Muurlink, ook wel bekend als de boterhammenman. Hij tuft met zijn brommobiel al meer dan zes jaar langs de scholen die zijn stichting Niet Graag Een Lege Maag kan bedienen, en in 2021 zei hij al tegen het Onderwijsblad: “Dat ontbijt, dat moet worden gesubsidieerd door de overheid. Je denkt toch niet dat alleen op de scholen die ik toevallig bezoek, kinderen met honger en zonder eten rondlopen?”

De energiecrisis en de hoge inflatie gaven in september 2022 het beslissende duwtje: op initiatief van Volt en D66 kwam er geld en minister Dennis Wiersma heeft inmiddels het Programma Schoolmaaltijden opgetuigd in samenwerking met het Rode Kruis en het Jeugdeducatiefonds. Die hebben ervaring met de twee opties uit het programma: een maaltijd op school verzorgen of een betaalkaart met boodschappentegoed.

Er is uitgerekend dat het geld genoeg moet zijn voor de scholen waar minstens 30 procent van de leerlingen woont in een huishouden met een laag inkomen. Of de school in die categorie valt moet het schoolbestuur zelf nagaan. De maaltijdsteun is zowel voor primair onderwijs als voortgezet onderwijs beschikbaar, en ook voor het speciaal onderwijs.

De twee aangeboden opties werken volgens ervaringen elders goed, schrijft de minister aan de Tweede Kamer, de scholen mogen kiezen. En omdat het gaat om een voorziening voor de leerlingen, hoort die keuze volgens de AOb thuis op de agenda van de medezeggenschapsraad. Want hoe nobel het doel ook is en hoeveel vertrouwen de minister ook uitspreekt in de aanpak van scholen, er zit altijd extra werk aan.

Boodschappengeld via het Rode Kruis lijkt eenvoudig. Daarbij hoeft de school alleen door te geven welke gezinnen in aanmerking komen. Die ouders en verzorgers moeten zich dan wel eerst zelf melden bij de school. Daarna volgt nog een formulier van het Rode Kruis en bij groen licht krijgt het gezin een boodschappenkaart waar per week 11 euro per kind op staat.

In de andere optie, ontbijt of lunch op school, is wekelijks per leerling 9 euro beschikbaar. De school wijst een contactpersoon aan en regelt de maaltijd zelf. Inkoop bij lokale leveranciers of inzet van vrijwilligers en ouders ligt voor de hand, want deze taak mag niet knabbelen aan de onderwijstijd. De school houdt de kosten bij en declareert maandelijks, met bonnetjes.

Kan dat, dagelijks ontbijt voor 9 euro per kind? Johan Muurlink uit Rotterdam komt er net mee uit. “Omdat wij op basis van de kostprijs werken met vrijwilligers. Drie boterhammen, een stukje fruit en een pakje drinken. We hebben nu zeventien scholen. Veertien betalen helemaal niets, drie hebben we erbij genomen in de eerste proef met het Jeugdeducatiefonds.”

Muurlink is dolblij dat een schoolontbijt nu overal mogelijk is. “Die 9 euro is perfect als je met een stichting kunt werken zoals de onze. Dat maakt ook duidelijk wie de cowboybedrijven zijn die 3 euro per kind per dag durven te vragen. Dat vind ik stelen van de belastingbetaler en van de kinderen.”

En de andere oplossing? Daar heeft de Rotterdammer geen goed woord voor over: “Voedselbonnen in Nederland, belachelijk. Denk je echt dat arme ouders die 11 euro in het ontbijt voor hun kind gaan steken? ik heb genoeg ervaring in die wereld, dat gaat niet naar de kinderen maar komt in het huishoudpotje. Er zal best een keer brood van gekocht worden, maar niet elke dag ontbijt.”

Voor scholen die aan het Programma Schoolmaaltijden beginnen is dan ook zijn advies: “Ga voor die 9 euro, zoek een stichting zoals de onze die werkt tegen kostprijs. Er zijn er genoeg. En zorg dat je de prijzen van de inkoop te zien krijgt.”