Communicatie mr-achterban kan zonder hindernissen

Medezeggenschap staat ten dienste van de hele schoolbevolking, maar hoe organiseer je dat? Communicatie tussen mr en achterban blijkt niet op iedere school vanzelfsprekend, soms liggen er bijzondere hindernissen.

Tekst Miro Lucassen - - 5 Minuten om te lezen

Algemene Onderwijsbond Utrecht 9695

AOb-trainer Saskia van der Schaaf komt het vaker tegen dan haar lief is: “Een mr wil de achterban raadplegen met een enquête, maar het bestuur weigert om de mailadressen beschikbaar te stellen. Hoe kun je dan je medezeggenschapswerk doen?”

Zolang de mr alleen personeel wil raadplegen, valt daar op de meeste scholen nog wel een omweg voor te vinden om de enquête alsnog te versturen. Gaat het om leerlingen in het voortgezet onderwijs dan wordt het al iets lastiger. Voor het bereiken van ouders is de schooladministratie onontbeerlijk.

Staat de leiding in haar recht door de adressen geheim te houden? Privacy is een vaak gehanteerd argument, maar hoe profiteert de privacy van ouders ervan als hun medezeggenschapsraad ze niet kan benaderen? “Betrokkenheid vooraf is steeds belangrijker geworden”, signaleert AOb-expert Marcel Koning. “Er zijn allerlei mr-bevoegdheden die je alleen goed kunt uitoefenen door vooraf overleg te hebben met personeel, ouders en leerlingen.”

Voor dat overleg kunnen mailadressen noodzakelijk zijn. Er zijn voldoende technische mogelijkheden om de mr berichten te laten verzenden aan de achterban zonder dat de afzender alle adressen van de individuele ontvangers kent. Je moet het alleen wel willen organiseren.

Terughoudendheid bestuur belemmert functioneren

Helaas lopen de wetgeving en het modelreglement achter bij de ook door de overheid gewenste achterbancontacten. En dat is jammer, redeneren Koning en Van der Schaaf, want terughoudende besturen belemmeren zo het functioneren en de tegenkracht van de mr.

“Draagvlak bij de achterban is een belangrijk drukmiddel in de medezeggenschap, daar kun je nog meer aan hebben dan bevoegdheden om advies te geven of instemming te weigeren”, aldus Koning. “We zien dat de geschillencommissie in sommige uitspraken ook belang hecht aan draagvlak bij de schoolbevolking.”

De Wet medezeggenschap op scholen zegt in artikel 24i dat het medezeggenschapsreglement moet regelen ‘in welke gevallen en op welke wijze’ de mr alle betrokkenen betrekt bij de werkzaamheden, maar in de praktijk blijkt daar in veel reglementen niets over te staan. Wat verklaarbaar is, want het modelreglement zegt er niet meer over dan ‘Dit kan per school anders geregeld worden, u geeft hierbij uw eigen invulling’. Die invulling blijft nogal eens achterwege, constateren Van der Schaaf en Koning.

Zet een streep door misverstanden

Hoe moet het dan wel? Besef allereerst als medezeggenschappers dat de mr niet voor zichzelf in het leven is geroepen, zegt Koning. “Je bent er voor de hele schoolbevolking en om te weten wat daar speelt is het belangrijk contact te houden. Op de website van het project Sterk Medezeggenschap staan diverse handreikingen.” Hij wijst ook op de gedragsankers 5 en 6 in het Advies Goede Medezeggenschap die faciliteiten voor meningspeiling vermelden en de wenselijkheid dat de mr ook kennis en advies buiten de eigen kring zoekt.

Om de gereedschapskist van de mr aan te vullen heeft de AOb een voorbeeldpassage geschreven voor mr’s die in hun medezeggenschapsreglement afspraken op willen nemen over de raadpleging van de achterban (zie kader). Het zou niet nodig hoeven zijn, erkennen Van der Schaaf en Koning, maar de praktijk is anders. “De mr heeft recht op alle voorzieningen die redelijkerwijs nodig zijn voor het vervullen van de taken, de geschillencommissie heeft in 2010 vastgesteld dat toegang tot communicatie met de achterban daarbij hoort. De aanvulling op het reglement laat geen enkele ruimte meer voor misverstanden hierover.”

Een mr die het reglement wil wijzigen, kan dat voorstellen aan het bevoegd gezag. Als tweederde van de mr-leden akkoord gaat, wordt het nieuwe reglement van kracht.

Deze bepaling regelt meer ruimte voor de achterban

 

Ruimte voor betrokkenheid van personeel, ouders en leerlingen (vo) bij de mr kan met deze twee voorbeeldartikelen in het medezeggenschapsreglement worden vastgelegd.

Artikel 33 Indienen agendapunten door personeel, ouders en leerlingen

  1. Het personeel, de ouders en de leerlingen van de school kunnen de secretaris schriftelijk verzoeken een onderwerp of voorstel ter bespreking op de agenda van een vergadering van de medezeggenschapsraad te plaatsen.
  2. De secretaris voert overleg met de voorzitter en informeert de aanvrager of het onderwerp of voorstel al dan niet ter bespreking op de agenda wordt geplaatst, alsmede wanneer de vergadering zal plaatsvinden.
  3. Als het onderwerp of voorstel op de agenda wordt geplaatst nodigt de secretaris de verzoeker(s) uit om de bespreking tijdens de vergadering van de medezeggenschapsraad bij te wonen.
  4. Indien het onderwerp of voorstel niet op de agenda wordt geplaatst stelt de medezeggenschapsraad de verzoeker hiervan binnen een week schriftelijk en met redenen omkleed in kennis.
  5. Binnen een week nadat de vergadering heeft plaatsgevonden stelt de secretaris degenen, die een verzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel hebben ingediend, schriftelijk op de hoogte van het resultaat van de bespreking van dat onderwerp of voorstel door de medezeggenschapsraad.

Artikel 30 Raadplegen personeel, ouders en leerlingen

  1. De medezeggenschapsraad dan wel een geleding van die raad kan besluiten, alvorens een besluit te nemen met betrekking tot een voorstel van het bevoegd gezag over de aangelegenheden, zoals bedoeld in artikel 21 tot en met 24 van dit reglement het personeel, de ouders of de leerlingen over dat voorstel te raadplegen. Onverminderd de wettelijk verplichte raadpleging op grond van artikel 15, lid 3 Wms vindt deze raadpleging in elk geval plaats bij belangrijke besluiten met ingrijpende gevolgen voor een of meer geledingen.
  2. Indien de medezeggenschapsraad dan wel geleding besluit tot een raadpleging als bedoeld in het eerste lid stelt het bevoegd gezag hiertoe alle redelijkerwijs benodigde voorzieningen beschikbaar. Hieronder wordt mede verstaan de contactgegevens (zoals de actuele e-mailadressen) van de ouders, leerlingen en het personeel, of een ander passend instrument waarmee de medezeggenschapsraad dan wel een geleding zonder tussenkomst van anderen rechtstreeks met het personeel, ouders en leerlingen kan communiceren en kan raadplegen.