Covid-19 en veilig werken in het po; handreiking voor onderwijspersoneel

Ondanks alle onzekerheid over de verspreiding van het Coronavirus heeft OCW besloten dat het basisonderwijs en speciaal (basis) onderwijs vanaf 8 februari weer open gaan. De overheid wil het onderwijs zoveel als mogelijk doorgang laten vinden. Deels vanuit maatschappelijke overwegingen, maar vooral met het oog op leerlingen en het beperken van onderwijsachterstanden. Ook onze leden vinden dat heel belangrijk. Terecht! Maar tegelijkertijd maken veel van onze leden en niet-leden zich grote zorgen over hun eigen veiligheid en die van hun leerlingen.

Door OCW is aangestuurd op een set nieuwe maatregelen. Deze zijn besproken met de bonden, de po-raad, en de organisaties voor ouders en de kinderopvang. In de berichtgeving is –onterecht- het beeld ontstaan dat deze organisaties, waaronder de AOb, zich aan de maatregelen hebben gecommitteerd . Het gaat echter om besluiten en maatregelen die door de overheid zijn opgelegd.

Wel wil de AOb met deze handreiking het onderwijspersoneel en de mr-en handvatten bieden om met de schoolleiding het gesprek aan te gaan over hoe het onderwijs op een zo veilig mogelijke manier doorgang kan vinden.

Veiligheid staat voorop

Het aantal besmettingen in het onderwijs is op dit moment gelukkig laag, met name in vergelijking met de zorg- en ov-sector. Maar met nieuwe mutaties van het virus kan dit veranderen, hoewel de besmettelijkheid bij kinderen tot op heden veel minder lijkt dan bij volwassenen. Desalniettemin dient de veiligheid van het onderwijspersoneel en de leerlingen altijd voorop te staan! Niet het ministerie, maar de scholen zelf zijn daarvoor verantwoordelijk.

Ruimte voor maatwerk

Evenals in de afgelopen periode heeft minister Slob benadrukt dat niemand wordt gehouden aan het onmogelijke, en dat corona kan zorgen voor overmacht-situaties, waarin scholen organisatorische maatregelen moeten treffen. Dat heeft de minister ook onderstreept en bekrachtigd in zijn brief  aan besturen, schoolleiders, leraren en ondersteuners. Er is dus ruimte voor maatwerk. Fysiek onderwijs voor alle leerlingen is de norm. Maar wanneer fysiek onderwijs niet mogelijk is, schakelen scholen over naar onderwijs op afstand, of een andere oplossing om het onderwijs zo goed mogelijk te continueren.

Fysiek onderwijs voor alle leerlingen is de norm

Zo kan de school waar nodig kiezen voor regulier onderwijs voor een beperkt aantal groepen, en online onderwijs voor de andere groepen. Scholen passen de richtlijnen toe die zoveel mogelijk passen bij hun situatie. Ook mag de school sluiten, als er organisatorisch geen andere mogelijkheden zijn omdat teveel personeelsleden ziek zijn of in quarantaine moeten, en geen vervanging beschikbaar is. Een school meldt een schoolsluiting bij de Onderwijsinspectie.

Aanvullende maatregelen

In het Servicedocument van OCW en in het protocol po zijn in aanvulling op de eerdere afspraken extra maatregelen opgenomen. De belangrijkste zijn:

Beperking onderlinge contacten leerlingen: cohortering, door klassen gescheiden houden, en zoveel mogelijk gespreide begin- en eindtijden en pauzes. Ook geldt het advies zoveel mogelijk in vaste groepen te werken. In groep 4, 5 en 6 is het advies om groepjes van 5 kinderen te maken, in groepen 7 en 8 wordt met kleinere groepjes of koppels gewerkt.

  • Personeel blijft gescheiden, ook tijdens pauzes om contactmomenten tussen personeel zo veel mogelijk te beperken.
  • Sneltesten komen beschikbaar voor onderwijspersoneel met klachten, of leraren die in contact zijn geweest met een besmet persoon. Testen blijft vrijwillig, maar thuisblijven is verplicht bij corona-achtige klachten. Een werkgever mag de werknemer niet vragen om een verklaring van een negatieve corona-uitslag. Dat kan alleen via de bedrijfsarts.
  • Thuisblijven bij klachten: onderwijspersoneel en leerlingen moeten volledig klachtenvrij zijn en anders thuisblijven.
  • Maatregelen bij besmetting: bij een besmetting gaat de hele klas (of een cohort) 5 dagen in quarantaine. Bij een negatieve test kunnen kinderen na 5 dagen weer naar school komen. Als er niet getest wordt, moet het kind nog 5 dagen extra in quarantaine blijven. De rest van de klas krijgt in die periode zoveel mogelijk onderwijs op afstand
  • Mondneusmasker: voor personeel dat lesgeeft aan groep 7 en 8 geldt het dringende advies om een mondneusmasker of face-shield te dragen. Dit kan ook in andere groepen, bijvoorbeeld bij de verzorging van de jongere leerlingen. Omdat het gaat om een beschermingsmiddel i.r.t. het werk vindt de AOb dat dit door de werkgever beschikbaar moet worden gesteld. Ook wordt dringend geadviseerd om leerlingen van groep 7 en 8 een mondkapje te laten dragen buiten de klas.

Wat zegt de Arbowet?

Door de AOb is er steeds op gewezen dat het uitvoeren van de RIVM-adviezen, het protocol, niet zondermeer voldoende is. En dat scholen ook aanvullend uitvoering moeten geven aan de arbo-verplichtingen. Dit wordt nu ook genoemd in het ‘Servicedocument funderend onderwijs’ van OCW.

Als werkgever is de school verplicht om te zorgen voor een veilige werkplek. De Arbowet zegt dat de werkgever steeds alle adequate maatregelen moet treffen als het gaat om het voorkomen van risico’s voor de gezondheid van het personeel, rekening te houden met de laatste stand van de wetenschap. Dit vraagt om méér dan het sec volgen van adviezen van overheidswege.
In de Arbowet staat ook hoe de werkgever dat moet doen: door steeds alle uit het werk voortvloeiende risico’s voor de veiligheid en gezondheid van werknemers in kaart te brengen. En op basis daarvan maatregelen te treffen ( het plan van aanpak). Dit heet de ‘risico-inventarisatie & -evaluatie’ (afgekort: RI&E). Deze wettelijke beleidsverplichting geldt ook nu bij Covid-19.
Om werkgevers in het primair onderwijs hierbij behulpzaam te zijn is in de Arbocatalogus-po per risico beschreven welke maatregelen de werkgever kan kiezen. Op grond van de cao is het volgen van deze catalogus in beginsel verplicht. Over deze maatregelen heeft de pmr instemmingsrecht, net zoals over het gehele arbobeleid. Specifiek m.b.t. Covid-19 kan de school ook gebruik maken van de arbocatalogus voor het voortgezet onderwijs. Hierin is sinds kort een ‘corona norm’ opgenomen. Deze norm is goedgekeurd door de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie), en bestaat uit een uitgebreide checklist en beschrijving van te treffen Covid 19 maatregelen.

Risico-groepen

Hoort u tot een risicogroep dan kunt u in beginsel worden vrijgesteld van werk op school. Dit staat in het protocol. Deze keuze ligt bij de medewerker, na overleg met de werkgever. De minister heeft dit ook onderschreven in zijn brief van 3 februari 2021. Er is dus in principe geen toestemming van de werkgever vereist. Over de invulling van het werken op afstand voert de medewerker overleg met de werkgever. Voor werknemers die lid zijn van de AOb, is het bij een discussie hierover met de werkgever raadzaam om onmiddellijk contact te leggen met de Juridische Dienst van de AOb.
Vanuit de preventietaak van de werkgever omschreven in de Arowet, ligt het voor de hand dat onderwijspersoneel behorend tot een risicogroep wordt opgedragen niet op school te werken. Tenzij de school alle noodzakelijke maatregelen heeft getroffen (in overleg met de bedrijfsarts) om extra risico’s voor deze categorie personeel te voorkomen. In dat geval kan in overleg de werknemer ervoor kiezen toch op school te werken.

In het protocol is ook opgenomen dat personeelsleden die niet tot een risicogroep behoren, maar met goede redenen niet fysiek op school kunnen of willen werken (bijvoorbeeld als gezinsleden in een risicogroep vallen), kunnen worden vrijgesteld van werk op school. In gesprek tussen werkgever en werknemer wordt gekeken naar een andere invulling van de werkzaamheden. Ook personeelsleden die zich ernstig zorgen maken, gaan hierover in gesprek met hun werkgever. In dat gesprek worden afspraken gemaakt over een andere invulling van de werkzaamheden en/of aanvullende veiligheidsmaatregelen.

Lukt het niet om tot afspraken te komen, dan kunnen de po-Raad en de vakbonden ingeschakeld worden voor bemiddeling en advies.

Ventilatie

Op grond van de ventilatierichtlijn van het RIVM dient het schoolgebouw te voldoen aan de minimale luchtverversingsgraad zoals benoemd in het Bouwbesluit. Meer hierover kunt u lezen in de Handreiking ventilatie.

Werkzaamheden opschorten?

Als de veiligheid in het geding is moet het werk niet alleen worden aangepast, maar soms ook worden opgeschort. Bij direct en zeer ernstig gevaar voor de gezondheid hebben werknemers zelfs de mogelijkheid om het werk te onderbreken (art. 29 Arbowet). Dit moet dan wel direct bij de werkgever worden gemeld, zodat de Inspectie SZW kan worden gevraagd om de veiligheidssituatie te beoordelen.

De mogelijkheden van de mr

Vanuit de wettelijke rol bij het Arbobeleid kan de pmr afspraken maken met de schoolleiding of met het schoolbestuur. De mr heeft instemmingsrecht bij maatregelen ‘op het gebied van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid’. Bij Arbomaatregelen, die specifiek gaan over veiligheid en gezondheid van het personeel, heeft de pmr instemmingsrecht.
Ook kan de (p)mr vragen om een advies van een externe deskundige (bijvoorbeeld de GGD, de Arbodienst, of bij de vakbond). Als er bij collega’s twijfels bestaan, kan een onderzoek door een onafhankelijke derde duidelijkheid verschaffen. Als het goed is, heeft ook de schoolleiding geen behoefte aan wantrouwen en aan ongerustheid onder het personeel.
En in het uiterste geval kan de mr een melding doen bij de Inspectie SZW als het vermoeden bestaat dat de werkgever in strijd handelt met de Arbowet.

Veel van deze maatregelen raken rechtstreeks de inrichting van het onderwijs. Zaken die in het schoolplan staan beschreven, en waarvan nu wordt afgeweken. Wettelijk gezien heeft de mr in deze situatie instemmingsrecht. De corona-crisis zet die wettelijke positie van de mr niet opzij. Het gaat hier echter om een noodsituatie, zodat er meestal snel moet worden besloten. Van de mr mag daarom alle medewerking en voortvarendheid worden verwacht. Daarom is het verstandig om als mr met hogere frequentie in gesprek te blijven met de schoolleiding.

Stappenplan

  1. Deel uw zorgen over de eigen veiligheid en die van de leerlingen met uw collega’s, en met de schoolleiding. Bespreek samen op welke manieren een veilige onderwijs- en werkplek het beste kan worden gerealiseerd. Welke afspraken zijn er nog (meer) mogelijk? En welke maatregelen, bijvoorbeeld rond hygiëne, ventilatie, en het spreiden van groepen leerlingen over meerdere lokalen. Vraag desgewenst advies bij een consulent van de AOb.
  2. Kaart aan bij de mr. De mr heeft wettelijke rechten en de pmr vertegenwoordigt het personeel in het overleg met de werkgever over de arbeidsomstandigheden. Waar nodig kan de mr tevens het gesprek tussen personeel en leidinggevenden bevorderen, en de voorwaarden scheppen voor draagvlak en goede maatregelen . Voor advies en ondersteuning kan de mr contact opnemen met de AOb.
  3. Melden bij Inspectie SZW (voorheen arbeidsinspectie). Wanneer een werkgever, ook na overleg met de mr, nalaat om maatregelen te treffen die op grond van de RI&E en de arbocatalogus zijn voorgeschreven kan elke werknemer of de mr, al dan niet via de vakbond, melding doen bij de Inspectie SZW. Hiervoor heeft de Inspectie een apart meldformulier. Meldingen door de mr of door een vakbond worden altijd opgepakt. De Inspectie kan opdracht geven het werk stil te leggen wanneer maatregelen die de kans op besmetting kunnen voorkomen of beperken, in ernstige mate niet worden getroffen.

 

Ook interessant voor jou

image description
image description
image description