Eerste hulp bij mediacontact

Wanneer zijn interne meningsverschillen op school zo ernstig dat het voor de medezeggenschapsraad zinnig is om naar de krant of de lokale omroep te stappen? De meeste mr’s vermijden deze escalatie, maar in uitzonderlijke gevallen is het een serieuze optie. Enkele tips uit de praktijk.

Goed nieuws is geen nieuws, blijft de harde werkelijkheid in de mediawereld. Ophef en conflicten trekken lezers en kijkers, bij harmonieuze samenwerking is er meestal minder interesse. Krantenberichten en tv-uitzendingen zijn per definitie eenvoudiger dan de complexe werkelijkheid. Wie zich dat realiseert, kan de media proberen in te zetten. Zo zijn er vele voorbeelden van experimenten, samenwerking en fusies die formeel nog lang niet rond waren toen ze al wel in de publiciteit kwamen. Ook de rooskleurige vernieuwingsbelofte doet het altijd goed. Eerste punt van aandacht voor de mediabewuste medezeggenschapper:

Wie voert het woord namens de school?

De schoolleiding en het bevoegd gezag zijn het aanspreekpunt voor de buitenwereld. Daar liggen immers de zeggenschap en de verantwoordelijkheid. “De discussie intern houden is goed voor de onderlinge verhoudingen. Maar als er onjuiste berichten in de media verschijnen, kan de mr ook naar buiten treden”, zegt advocaat Dik Berkhout die geregeld mr’s bijstaat.

Wanneer schakel je dan een journalist in?

AOb-rayonbestuurder Hayo Bohlken: “Pas als andere manieren van overleg en contact niet meer werken. De media inschakelen is de laatste trede op de escalatieladder. Zorg dat alle mr-leden achter het standpunt staan, het is een grote verantwoordelijkheid en vaak wordt contact met de media gezien als nestbevuiling.”

Kan de leiding een spreekverbod opleggen?

Berkhout: “Op scholen heeft de mr ook de taak om openbaarheid en transparantie te bevorderen, en verantwoording af te leggen aan de achterban. Als je niet met de media mag praten terwijl de overlegpartner dat wel doet, kan het lastig worden. Bij grote bedrijven zie je ondernemingsraden dan ook zonder terughoudendheid de media bedienen met meningen en informatie. In het onderwijs kan de geschillencommissie per geval vaststellen wat wel en niet acceptabel is, dat laat zich niet in zijn algemeenheid vastleggen in wetgeving.”

Bohlken: “Het onderwijs is nog steeds heel hiërarchisch ingericht. De bestuurder wil als enige vragen van de media beantwoorden, maar dat vind ik niet terecht. Er is zeggenschap en medezeggenschap, de bestuurder kan nooit beide standpunten vertegenwoordigen.”

Wie voert het woord namens de medezeggenschap?

Bohlken: “Het ligt voor de hand om dat door de mr-voorzitter te laten doen, maar het komt voor dat conflicten persoonlijk worden gemaakt. Dan wordt personen afgerekend op de mr-standpunten. We hebben bij een conflict op het Drachtster Lyceum gezien dat twee mr-leden door de rector naar huis werden gestuurd, wat later weer is teruggedraaid. In zo’n onveilige situatie kun je ervoor kiezen om een ouder het woord te laten voeren namens de mr.”

Wat als de media onverwacht zelf contact zoeken?

Journalisten zijn soms ook ouders, hebben vrienden en kennissen. Ze kunnen toevallig ontdekken dat er op een school iets aan de hand is, en dan proberen de meeste media om meerdere visies te weten te komen. Wat het bestuur of de directie vindt is voor een journalist net zo interessant als de opvattingen van personeel, leerlingen en ouders. Contactgegevens van de mr zijn meestal te achterhalen via de schoolgids of andere informatie online. Reageer altijd, ook al kun je slechts melden dat de mr nu geen commentaar kan geven.

Berkhout: “Zodra er een conflict is, zijn veel mensen geïnteresseerd. Zorg dat je een zorgvuldig besluit neemt in de mr en spreek af wie het woord voert. Informeer het bestuur daarover, zodat het niet als een verrassing komt. Je kunt met opzet op iemands tenen gaan staan als dat nodig is, maar doe het niet per ongeluk.”

Bohlken: “Je hoeft niet per se naar de pers te stappen, je kunt de bestuurder ook informeren dat er vragen van buiten zijn gekomen. Denk eraan als een middel in de onderhandelingen. Maar als je zoiets zegt, moet je wel in staat zijn om het te gebruiken.”

Heeft de mr bij mediacontacten extra incasseringsvermogen nodig?

Berkhout: “In het onderwijs heeft de medezeggenschap best veel invloed in vergelijking met het particuliere bedrijfsleven. Voor bestuurders die graag besluiten nemen is dat weleens lastig, daar mag een mr ook weleens aan denken. Ik denk dat aan incasseringsvermogen meestal meer wordt gevraagd van bestuurders dan van medezeggenschappers. Wat je als mr in elk geval niet moet doen als het moeilijk wordt, is aftreden. Dat is sowieso niet goed voor de medezeggenschap.”

Hoe organiseer je perscontact?

Bohlken: “Ik zie eigenlijk nooit dat een mr een persbericht stuurt of mediacontacten direct belt. Meestal komt er via-via een brief of een ander document naar buiten. Wees er dan voorbereid op telefoontjes, want de journalisten willen altijd meer weten dan er in zo’n brief staat.”

Berkhout: “Er zijn mr-leden die enthousiast opereren in dit soort situaties, voor anderen is het vooral ongemakkelijk. Medezeggenschappers zijn vaak leraren en dat zijn in het algemeen niet van die ruziemakers. Maar je werkplezier neemt af als je in conflict bent. Zet je als mr de bezorgdheid niet om in daden, dan blijf je in de hoek zitten waar de klappen vallen. Er zijn regels en rechten in de medezeggenschap, je kunt daarmee stevig en netjes optreden. Dan trekken de mensen die zich niet aan de regels houden uiteindelijk aan het kortste eind.”

Welke gevolgen kan publiciteit hebben?

Bohlken: “De mr neemt een grote verantwoordelijkheid. Als een bestuurder echt niet functioneert, kan publiciteit het machtsmiddel zijn om die persoon te laten vertrekken. Dat heb ik vier keer zien gebeuren, bijvoorbeeld bij de rector die mr-leden naar huis stuurde omdat ze zich niet buitenspel lieten zetten. Publiciteit helpt meestal niet om eruit te komen bij een zo hoog opgelopen conflict. Daarom is het echt het einde van de escalatieladder.”

Berkhout: “Als je de rechten van de mr goed gebruikt, komt het in het overgrote deel van de gevallen goed. Met zelfvertrouwen, kennis en indien nodig deskundig advies kan medezeggenschap het verschil maken, soms via de media.”