Houd lerarentekort op de agenda

Een basisschool die geen andere oplossing ziet dan groep 8 dan maar op te heffen. Vakleerkrachten muziek die drie volle dagen per week voor de groep staan. Parttimers die extra dagen komen werken. Kinderen die naar huis worden gestuurd: het lerarentekort is in veel regio’s groot. Wat kun je als medezeggenschapsraad doen?

Tekst Anka van Voorthuijsen - - 6 Minuten om te lezen

Zorg als medezeggenschapsraad sowieso dat je nauw betrokken bent bij het nadenken over het lerarentekort, adviseert Marcel Koning, beleidsadviseur medezeggenschap bij de Algemene Onderwijsbond. “Wees proactief, agendeer het onderwerp. Bestuur en directie denken en handelen vooral vanuit de wet, de onderwijsinspectie en de ouders. Zeker als pmr denk je meer vanuit de kwaliteit van het onderwijs. Die kant moet je ook blijven benadrukken.”

Noodoplossing

Dat het onderwijs hier een immens probleem heeft, is inmiddels iedereen duidelijk. Op de site lerarentekortisnu.nl laten po-scholen dagelijks zien welke noodoplossing er die dag weer van stal is gehaald. De mr is te vaak niet betrokken bij de oplossingen waar de directie mee komt, ziet mr-consulent Koos Marinus, maar die betrokkenheid moet er juist wel zijn. “Zorg dat je aangehaakt blijft. Praat en denk mee.” Actieve bemoeienis van de mr kan voor spanningen zorgen, erkent Marinus.

“Je hebt als mr instemming op de formatie. In hoeverre blijf je als mr op je strepen staan?

Moet je de ICT-coördinator nog steeds vrij roosteren, of heb je liever dat er nog iemand extra voor de klas kan? Je wilt als mr ook dat de school blijft draaien. Maar wanneer gaat dat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs?” Hij ziet hoe alles op alles wordt gezet om geen leerlingen naar huis te hoeven sturen: “Op scholen met tekorten zie je dat functies anders worden verdeeld. ib’ers, vakleerkrachten beeldende vorming, gymnastiek, muziek, leesspecialisten: iedereen wordt voor de klas gezet. Dat wringt natuurlijk.” Het extra geld voor de werkdrukverlichting was misschien bestemd voor dat soort extra fte’s, maar die mensen staan inmiddels voor de groep. “Je wilt als school een bepaalde richting op, je hebt keuzes gemaakt en dan gebeurt dit. Een lastig dilemma, zeker voor de mr.”

Twee kwaden

Het is op dit moment voor veel scholen kiezen uit twee kwaden, ziet hij. “Je moet een oplossing vinden voor de leerlingen. En nood breekt wet. Maar in zo’n situatie worden ad-hoc oplossingen ook snel structureel.” Dan nog kun je als mr actief meedenken, adviseert AOb-trainer Reinout Jaarsma. “Je ziet de vierdaagse werkweek nu veel opduiken. Maar doe je dat voor de hele school, of per klas? Heb je liever een vierdaagse werkweek of een vijfdaagse met een onbevoegde voor de klas? Dat zijn beleidskeuzes en ook al gaat het over noodverbanden, daar moet je als mr over meepraten.” Denk buiten de bestaande kaders, buiten je eigen regio, out of the box, adviseert Philippe Abbing, rayonbestuurder Oost bij de AOb. “Je moet echt ook buiten je eigen gebouw kijken om de problemen op te kunnen lossen. Misschien nieuwe samenwerkingsvormen aangaan.” Hij ziet mogelijkheden in praktische flexibiliteit: “Flevoland heeft docenten nodig, Friesland heeft ze over. Als aan elkaar grenzende provincies wordt daar nu gewerkt aan een mobiliteitscentrum nieuwe stijl. Een gezamenlijke vacaturebank. Dat vraagt flexibiliteit van besturen, en die is echt hard nodig. Bestuurders staan vaak niet te springen om nieuwe samenwerkingen aan te gaan, maar denk daar als mr actief in mee. Er zitten daar wel oplossingen. En er bestaan natuurlijk lichte en zwaardere samenwerkingsvormen.” In het mbo wordt om het tekort op te vangen met ‘instructeurs’ gewerkt, ziet hij. “Die kan onder begeleiding van een bevoegde docent werken, zulk soort constructies kun je ook onderzoeken.”

Niet sjoemelen

Let als mr er tegelijkertijd op dat alle noodverbanden kloppen met de wet en de cao, waarschuwt Abbing. “Je kunt geen onbevoegden in dienst nemen en daar moet je niet mee sjoemelen. In de cao staat dat je mensen zonder bevoegdheid in het vo vier jaar tijdelijke contracten aan mag bieden, maar als ze dan nog geen papiertje hebben, moet je ze ontslaan. Die termijn kun je niet op gaan rekken, zo van: als je nu alsnog binnen twee jaar je diploma haalt, dan krijg je contractverlenging. Als je met zulke voorstellen te maken krijgt als mr, schakel dan de vakbond in voor advies.” Hoezeer ook buiten discussie staat dat de problemen door het lerarentekort vragen om flexibiliteit en creativiteit, Abbing benadrukt dat de mr toch ook de kwaliteit moet blijven bewaken. Is iets een kwalitatief goede les, is dat wat wordt geboden echt onderwijstijd, of is het een lapmiddel? “Een muziekdocent kan natuurlijk goed muziekles geven, maar het is de vraag of een vakleerkracht over voldoende pedagogische kwaliteiten beschikt om de hele dag voor een groep te staan. Is die vakleerkracht goed geëquipeerd als het spannend wordt, of als het mis gaat? Leerkracht zijn is geen eenvoudig beroep! Het vraagt veel van mensen. Het is niet voor niets een hbo-opleiding van vier jaar. Die opleiding is echt nodig vinden we allemaal.”

‘Maak een noodplan’

Een flinke griepgolf zorgde er dit voorjaar voor dat bij de stichting Kindante (32 po-, 3 sbo- en 2 vso-scholen in de regio Sittard-Geleen) een noodplan werd bedacht. Dat kwam erop neer dat directeuren van de aangesloten scholen gevraagd werd om, indien noodzakelijk, ‘alle verloven op te schorten’. Uit de brief van de voorzitter van het college van bestuur van Kindante: “Dat betekent dat we alle uren die niet gekoppeld zijn aan leerlingen, gaan omzetten in lestijd om zoveel mogelijk de lestijd voorrang te geven boven alle andere zaken. Hierbij denken we aan vrijgestelde, cq ambulante uren, taakuren voor scholing, ondersteuning, mr en gmr.”

Het betrof hier een noodplan, benadrukte de bestuurder, waarvan hij hoopte dat het zo kort mogelijk hoefde te worden toegepast: “We vinden dat het kind voorop gaat dus moeten we in deze lastige tijden andere zaken iets minder prioriteit geven.” Kortom: gmr-vergaderingen even laten vervallen, studiedagen afzeggen? Marcel Koning, beleidsadviseur AOb: “Zo’n maatregel vraagt instemming van de pgmr, want ook al is het een tijdelijk voorstel, het grijpt in op het taakbeleid. Als het werk tóch gedaan moet worden, moet er natuurlijk compensatie worden geboden. Bijvoorbeeld door het betalen van extra te werken uren (uitbreiding jaartaak) of door het schrappen van andere taken. Anders verplicht je het personeel om in eigen tijd te werken, dat kan niet.”

Het idee van het noodplan was afkomstig uit een handreiking van het ministerie: dat adviseert om zo’n noodplan te maken en af stemmen met de medezeggenschapsraad. In de handreiking staat precies wat er mag, moet en waar je aan kunt denken bij overmacht. Wie mogen er voor de klas, mag een pabo-studenten of een onderwijsassistent bijvoorbeeld ook zelfstandig lesgeven, hoe zit het met de verplichte onderwijstijd? Het ministerie adviseert in de handreiking: maak een noodplan. ‘Het helpt als u goed bent voorbereid. (..) Een noodplan dat klaarligt, afgestemd met de medezeggenschapsraad, kan helpen als de uitval nijpend wordt- bijvoorbeeld als de griep uitbreekt.’ De gmr van Kindante voelde zich overvallen door het plan en was unaniem tegen het voorstel. Na hun kritiek ligt er nu een aangepaste versie, die bovendien stelt dat dit soort maatregelen alleen op basis van vrijwilligheid genomen kunnen worden.
Voor de handreiking zie bit.ly/mr-tekort

Verschenen in infomr 2/2019