Inspectie wil contact met mr

De onderwijsinspectie gaat vanaf volgend jaar standaard één keer per vier jaar in gesprek met de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad als onderdeel van het reguliere onderzoek naar de kwaliteit van een school. Coördinerend inspecteur Vic van den Broek d’Obrenan: “Je kunt dit zeker zien als waardering voor de rol van de mr. Goede tegenspraak is een belangrijk element bij goed bestuur.”

Tekst Anka van Voorthuijsen - - 5 Minuten om te lezen

Tot nog toe keek de inspectie vooral naar wat er zich op school afspeelde. Vanaf augustus 2017 wordt dat onderzoek verbreed en krijgt de kwaliteit van het bestuur een centrale rol in het toezicht. "We willen niet alleen met bestuurders praten, maar ook met de andere schakels in de keten van governance. Kwaliteitszorg is een essentieel onderdeel bij een onderwijsinstelling en daar zijn meer partijen bij betrokken dan alleen de bestuurders. We willen ook van de intern toezichthouder en de mr horen hoe ze aankijken tegen de kwaliteit, of het bestuur plannen en ambities op dat terrein monitort, hoe men vindt dat het bestuur omgaat met het geld. Zo krijgen we een beter beeld van de praktijk."

Het nieuwe waarderingskader (te vinden op de site van de inspectie) beschrijft in vijf punten wat de inspectie precies wil onderzoeken op elke school: het onderwijsproces, het schoolklimaat, de onderwijsresultaten, het financieel beheer en de kwaliteitszorg en ambitie. Het gesprek met medezeggenschappers valt onder die laatste noemer, zegt Van den Broek d'Obrenan. Deze nieuwe manier van inspecteren past volgens de inspectie bij de veranderingen die het onderwijs heeft doorgemaakt, bij het idee van horizontale verantwoording, checks & balances.

Wat doet het bestuur concreet als het gaat om het afleggen van verantwoording en het voeren van een dialoog: dat wil de inspecteur straks weten, zegt Van den Broek. "Krijgt de mr tijdig de informatie die ze nodig heeft, is er voldoende gelegenheid om iets te vinden van allerlei belangrijke zaken, spelen ze een rol in de kwaliteitszorg. Heeft een bestuur de tegenspraak goed georganiseerd? En dan niet alleen op papier. Het gaat erom dat een mr in de praktijk ook voldoende gelegenheid krijgt om die rol die ze op papier hebben, goed uit te voeren." Om als bestuur en school aan de verplichte basiskwaliteit te voldoen, moet de 'tegenspraak' goed georganiseerd zijn, stelt de inspectie. "Dat gebeurt in ieder geval door de gmr en/of mr te betrekken bij beleids- en besluitvorming." Het bestuur en de scholen moeten minimaal een keer per jaar op een toegankelijke manier verslag uitbrengen over doelen en resultaten die ze behalen. En, adviseert de inspectie: "Een actieve dialoog met de omgeving over ambities en resultaten."

Vrijuit praten

Het gesprek met de mr is straks een vast onderdeel van het inspectie-onderzoek. Of een bestuur bij dat gesprek aanwezig is, daarover doet de inspectie geen uitspraak: "De mr of gmr moet natuurlijk wel vrijuit kunnen praten. Alleen dan krijgen we een betrouwbaar beeld van hoe het in de praktijk werkt." Met de nieuwe aanpak is er meer sprake van stimuleren en minder van corrigeren, vindt de inspectie. Steeds minder scholen krijgen het predicaat zwak of zeer zwak, de basiskwaliteit is op steeds meer scholen op orde. Maar desondanks valt er ook heus nog wel wat te verbeteren, stelt de inspectie. Daarom zullen er minder onvoldoendes worden uitgedeeld, maar krijgen scholen een aansporing: 'Wat gaat er goed? Wat kan er beter en: wat moet er beter?' Van den Broek: "Als het beter kan, dan zullen we dat stimuleren en we kunnen een bestuur feedback geven. Dan verwachten we dat een bestuur ermee aan de slag gaat om het onderwijs nog beter te maken. De kwaliteitsverbetering moet vooral van de besturen en de scholen zelf komen." Besturen waarbij alles goed loopt, worden de vier jaar tot het volgende grote onderzoek 'met rust gelaten'. "Een goede verbetercultuur is essentieel om het maximale uit de leerling en de student te halen. Wij gaan in ons onderzoek na of besturen voldoende sturen op kwaliteitsverbetering. Of ze zich goed verantwoorden over de kwaliteit en of ze financieel gezond zijn."

Minnetje

Aziza Badouri, beleidsmedewerker bij de Algemene Onderwijsbond, vindt dat de onderwijsinspectie de medezeggenschapsraden hiermee een duidelijke en belangrijker rol en meer 'body' geeft, zegt ze. "Als mr speelt je dus een grote rol bij de beoordeling van de kwaliteit van jouw school of bestuur. De inspectie vindt het belangrijk dat de tegenspraak goed is geregeld. Als er geen mr is, of een slecht functionerende mr, betekent het dat jouw school niet aan de basiskwaliteit voldoet. Dan krijg je als school een minnetje bij het waarderingskader."
In het oude waarderingskader werd de rol van de medezeggenschap niet eens genoemd, nu is tegenspraak organiseren een voorwaarde om aan de verlangde basiskwaliteit te voldoen. Veel mr's weten dat niet, vermoedt ze. "Je rol als mr wordt opgewaardeerd. Een school kan niet onder de dialoog met de mr uit, want daar worden ze vanaf augustus 2017 op beoordeeld."

Te bescheiden

Soms is een mr veel te bescheiden, is haar ervaring. "Medezeggenschappers denken vaak: kunnen wij ons daar wel mee bemoeien, ga ik dan niet te veel op de stoel van de bestuurder zitten? Het antwoord is meestal: nee! Pak alle ruimte. Bemoei je actief met de kwaliteit van je school en het onderwijs. Daar wordt je bestuurder vanaf nu ook op aangesproken door de inspectie." Als mr moet je proactief zijn, adviseert Badouri. "Het gaat in het onderwijs vaak over de professionele ruimte van leraren, nou, die moet je dus wel pakken, dat geldt ook voor mr's. Het is weinig professioneel om af te gaan zitten wachten tot je die ruimte in je schoot geworpen krijgt." Veel mr's zijn nauwelijks betrokken bij een inspectiebezoek, ziet ze in de praktijk. "Als de inspectie risico's heeft gesignaleerd en een kwaliteitsonderzoek heeft gedaan is het mogelijk om als school als je dat wilt, een feedbackgesprek te krijgen. Er zijn maar weinig scholen die van die mogelijkheid gebruik maken. De inspectie promoot dat zelf ook niet, maar het kan wel. Zeker als een beoordeling tegenvalt, is dat natuurlijk waardevol, dat je als leraren hoort waarop het oordeel is gebaseerd. En als mr kun je daar natuurlijk naar vragen. Of adviseren dat het bestuur zo'n feedbackgesprek aanvraagt." Handelingsverlegenheid is hier niet op z'n plaats, adviseert Badouri. Dat geldt voor mr's, maar ook voor schoolbesturen. "De inspectie geeft in het vernieuwde toezicht scholen de ruimte om zichzelf te presenteren bij een inspectiebezoek. Dat het dus niet alleen aan de inspectie is, maar een school ook uit zichzelf kan laten zien wat ze doen en waarom. Veel scholen vinden dat ingewikkeld, denken dat ze dat niet kunnen, maar natuurlijk kunnen ze dat wél. Pak zelf het initiatief. Dat getuigt van kwaliteit!"