Gmr is overbluft en faciliteiten ingeperkt; antwoord op praktische mr-vragen

Kan de gmr beslissen hoeveel tijd er beschikbaar is voor mr-leden op de afzonderlijke scholen? Wat zeggen de wet en de cao hierover? Twee praktische vragen en antwoorden voor medezeggenschappers op scholen, afkomstig van de AOb-consulenten.

Tekst Miro Lucassen - - 2 Minuten om te lezen

gmr beslissen hoeveel tijd er beschikbaar is voor mr leden op de afzonderlijke scholen

Vraag: In het centrale medezeggenschapsstatuut van onze school heeft de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad de normjaartaak en andere faciliteiten voor ons mr-werk beperkt. We hebben onvoldoende tijd voor alles wat mij moeten bespreken. Hoe kan dit gebeuren?

Antwoord: Helaas komt dit misverstand vaker voor, dikwijls na de suggestie van het bevoegd gezag dat de gmr in kan stemmen met een centrale regeling voor alle mr-faciliteiten. Dit idee komt voort uit een onjuiste lezing van artikel 22 van de Wet medezeggenschap op scholen. Volgens lid e van dit artikel regelt het statuut “de wijze waarop […] invulling wordt gegeven aan de beschikbaarstelling van faciliteiten aan ouders, leerlingen en personeel […]”.

Een gmr die zich daardoor laat overbluffen is vergeten dat er maatwerk nodig kan zijn bij de faciliteiten voor medezeggenschap. Als er op jouw school bijvoorbeeld iets belangrijks verandert aan het gebouw of het onderwijsconcept, zijn daar meer faciliteiten bij nodig voor de mr. Dat begint met tijd, maar ook met afspraken over het raadplegen van externe deskundigen.

Lees je dit wetsartikel nauwkeuriger, dan besef je dat dit alleen gaat over de procedure voor de toekenning van faciliteiten. En mocht iemand deze redenering te spitsvondig vinden, dan zijn er altijd nog artikel 28 en artikel 12 van de wet. Die stellen een regeling verplicht waarmee het personeel tijd krijgt voor het voeren van overleg, scholing en overige medezeggenschapsactiviteiten, zoveel als redelijkerwijs noodzakelijk is voor de taakvervulling. Op die eigen regeling heeft het personeelsdeel van de mr instemmingsrecht - dus niet de gmr.

Vraag: In onze mr is na een reorganisatie afgesproken dat leden van de deelraden 40 uur van hun normjaartaak mogen besteden aan medezeggenschap. Voorzitter en secretaris krijgen niets extra. Volgens de cao vo is het minimum 100 uur. Wat doen we nu?

Antwoord: Uw collega’s in de mr hebben u op de locaties in de kou gezet door akkoord te gaan met deze beperking van de medezeggenschap. In de cao voortgezet onderwijs staat niet zomaar een minimumaantal uren van de jaartaak voor het mr-werk. Het fenomeen deelraad wordt daar niet genoemd, maar in de praktijk zijn deelraden op locatie een volwaardige mr, terwijl de centrale mr eigenlijk als gmr functioneert.

De Landelijke Commissie Geschillen WMS heeft meerdere malen bepaald dat deelraden op hun locatie net zo veel recht op faciliteiten en ondersteuning hebben als een mr. De in de cao genoemde uren zijn een minimum en de regeling moet passen bij de omvang van het werk in de medezeggenschap. De functies voorzitter en secretaris moeten ook bij een deelraad serieus worden genomen en dat betekent extra uren.

Wijs uw mr-collega’s erop dat ze ten onrechte akkoord zijn gegaan met het afknijpen van de medezeggenschap op locatie en meld dit ook aan de overlegpartner. Krijgt u daar geen gehoor, dan kunnen de adviseurs van de AOb u ondersteunen bij het halen van uw recht op goede medezeggenschap.

Ook een vraag? Medezeggenschapsraden met een AOb-servicepakket kunnen terecht bij de hen bekende contactpersonen. Nog geen mr-servicepakket? Sluit het hier af.