Leerlingen in de mr; een kwetsbare positie

De Wet Medezeggenschap op Scholen regelt advies en instemming van alle betrokkenen bij het onderwijs: ouders, personeel en leerlingen. Maar leerlingen zijn in de mr vaak de zwakste partij, merkt Floris IJsendorn van de Algemene Onderwijsbond. “Wees je als mr bewust van hun kwetsbare positie.”

Floris IJsendorn heeft als AOb-trainer veel contact met medezeggenschappers: personeel, leerlingen en ouders: “Ik train en begeleid de héle mr.” Hij hoort en ziet de trends: scholen zetten in op meer mentoraatsuren, meer keuzewerktijd voor leerlingen, meer digitalisering. “Ik snap dat er voor scholen en docenten veel te winnen is met die keuzes. Iedereen kijkt naar elkaar en onderzoekt wat precies bepalend is voor de schoolkeuze van ouders en leerlingen. De concurrentie is in sommige delen van het land goed voelbaar.”

Meer keuzewerktijd en minder maximale lestijd voor docenten betekent minder contacturen, minder voorwerk en nakijktijd en dus meer ruimte voor andere zaken. IJsendorn: “Er is tijd (formatie) en geld te winnen, maar in de stukken die ik daarover zie, staat eigenlijk zeer zelden waarom dit nou zo goed zou zijn voor de leerlingen.” Hij adviseert medezeggenschappers om daar óók op te letten. “Is een keuze wel in het belang van onze leerlingen? Past het bij de leerlingpopulatie van onze school en in onze regio? Soms borduurt beleid voort op eerdere stappen, maar zijn die nauwelijks met leerlingen geëvalueerd.”

Online vergadertijd inkorten

Datzelfde ziet hij bij de wens tot meer digitalisering: “Zeker het afgelopen jaar hebben we allemaal gemerkt hoe enorm vermoeiend dat is, de hele dag achter je laptop. Veel bedrijven hebben daarom hun vergadertijd ingekort. Maar op sommige scholen ging alles gewoon volgens het lesrooster, van vak naar vak en alles online. Zo’n 300 minuten per dag geconcentreerd achter je scherm: dat is niet te doen.”

Als begeleider van medezeggenschapsraden ziet hij de belangen van leerlingen soms ondergesneeuwd raken. “In het primair onderwijs zijn het natuurlijk de ouders in de mr die het belang van hun kind inbrengen. In het voortgezet onderwijs zijn leerlingen zelf aanwezig: dat is mooi, want zij volgen elke dag het onderwijs, zij zien waar het goed gaat en waar het wringt. Maar ik zie een notoire kwetsbaarheid voor de leerlinggeleding. Het verloop is groot. Leerlingen zitten maar kort in de mr en gaan er in hun examenjaar vaak uit, terwijl ze dan de meeste ervaring hebben. Ze zitten vaak vooral vanwege praktische zaken in de mr en kijken naar de korte termijn. Logisch, ze willen er zelf ook profijt van hebben. In de praktijk is het moeilijk voor hen om een vuist te maken of alle consequenties te overzien van beleid. Ik zie hen soms wel teleurgesteld afhaken als het wéér gaat over de werkdruk van docenten.”

Relatief zwakke positie

Hij merkt dat leerlingen vaak overstemd worden: “Soms doordat beleid heel moeilijk en ondoorzichtig is opgeschreven, maar ook vanwege alle aandacht voor het personeel. Die weten vaak heel goed hoe alles in elkaar steekt, hebben een lange termijnvisie en soms hele andere wensen.”
Centraal staat volgens IJsendorn de vraag voor wie het onderwijs eigenlijk is bedoeld. “Bot gezegd: niet voor het personeel. Dat is in dienst om de lessen te geven aan de leerlingen, hen voor te bereiden en mee te nemen. Natuurlijk, dat moet goed draagbaar zijn voor medewerkers en leerkrachten. Maar hoewel het onderwijs er in eerste instantie is voor de leerlingen, dat zijn de klanten of eindgebruikers, zie ik geregeld dat er in het beleid weinig tekst wordt besteed aan hun positie.” Een mr kan zich inzetten voor de eigenheid van een school, adviseert hij. “Trends hoef je niet altijd te volgen. Het gaat erom wat de leerlingen nodig hebben, let op wat jouw school uniek maakt.”

De schoolleiding is altijd meer met personeel bezig. Ouders horen weleens wat thuis, zij merken er verder niet zoveel van. Maar als leerling loop je rond op school en ervaar je de gevolgen van het beleid dat de schoolleiding uitvoert. Toch word je als leerling minder serieus genomen.

Leerlingenparticipatie is verplicht en de leerlingenraad functioneert vaak als een soort klankbord. “Maar geregeld komt het neer op mededelingen dat het er vanaf moment X zó uit gaat zien. Als er voor leerlingen (bijna) geen keuze meer is, dan zijn ze te weinig betrokken. De motieven om iets te veranderen liggen vaak vooral op het financiële of formatieve vlak.”

Energieke leerlingen

Hoe kijken actieve leerlingen in de medezeggenschap zelf tegen hun positie aan? Juliaan Kramer-Coenen blijkt het grotendeels eens met Floris IJsendorn. Juliaan zit in het examenjaar en stopt als mr-lid, na ruim drie jaar in de medezeggenschapsraad op het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam. Hij zit in de leerlingenraad en is actief bij het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS). Hij stak de afgelopen jaren ‘veel energie in het ervoor zorgen dat de inbreng van leerlingenraad en leerlinggeleding in de mr serieus wordt genomen’, zegt hij. “Het idee over de LLR was dat we vooral zaten te keten met z’n allen.”

Juliaan: “De schoolleiding is altijd meer met personeel bezig. Ouders horen weleens wat thuis, zij merken er verder niet zoveel van. Maar als leerling loop je rond op school en ervaar je de gevolgen van het beleid dat de schoolleiding uitvoert. Toch word je als leerling minder serieus genomen.” Zo kwam via de leerlingenraad het voorstel bij de mr om automaten met maandverband en tampons bij de meisjes-wc’s te plaatsen. “Dan krijg je al snel de reactie: jullie hebben geen idee wat dat allemaal gaat kosten. Pas als er later een artikel in de NRC staat dat maandverband makkelijk en gratis bereikbaar moet zijn voor alle meisjes, dan is het ineens wel mogelijk.”

Ander voorbeeld. De schoolleiding deelt soms vroegtijdig informatie, zoals het jaarplan, met het hele personeel via de ‘Infons’. “Ik krijg die informatie pas later en moet het zelf regelen als ik het onder alle 1000 leerlingen wil verspreiden. Dat is lastig.”

Meer toetsen

Ook wilde de schoolleiding toetsweken invoeren, want ‘meer eigen verantwoordelijkheid voor leerlingen’ zou passen bij de visie van de school. Juliaan: “Het idee was alleen summatieve toetsen in zo’n toetsweek en daarbuiten alleen formatieve toetsen. En maximaal vijf toetsen per vak, dat was dan ons voordeel.” Hij consulteerde de achterban, die bleek er niet veel heil in te zien: “Leerlingen dachten dat er andere motieven meespeelden: het slagingspercentage moest omhoog, dat zou lukken door ons in een vroeg stadium aan toetsweken te laten wennen.” Uiteindelijk ging het aantal toetsen op verzoek van het personeel omhoog naar acht per vak: “In de derde heb je nog veel vakken, dus heel erg veel toetsen per jaar.” De leerlinggeleding was tegen, maar de mr ging akkoord. “Voorlopig is het een pilot voor een jaar”.

Leerlingen hebben een andere kijk op veel onderwerpen en andere belangen, stelt Juliaan.

Ouders willen dat je zoveel mogelijk leert en slaagt. Personeel wil zoveel mogelijk eigen regie en goede arbeidsomstandigheden. Als leerlinggeleding en leerlingenraad kijken wij naar het gemak voor onze medeleerlingen. Als leerling kun je niet zeggen: ik werk even wat minder want er is privé zoveel aan de hand. Dus wij willen zorgen dat het voor leerlingen allemaal niet te veel en te zwaar wordt.”

Het is moeilijk om leerlingen te vinden voor de medezeggenschap: “Het kost veel tijd en het moet gewoon naast school.” Om kennis zo goed mogelijk te borgen is er een uitgebreide website: “Dat is een stevig fundament. Belangrijk, want veel leerlingen zitten maar een jaar of twee in zo’n raad. Hier kan een volgende generatie weer op doorbouwen.”

Buitenschoolse activiteiten

Ook Niels van Popta, voorzitter leerlingenraad en lid van de mr op het Markland College in Zevenbergen, ziet dat beleid niet altijd gunstig uitpakt voor leerlingen. “Een nieuwe wet stelt dat leerlingen niet uitgesloten mogen worden van buitenschoolse activiteiten als hun ouders bijvoorbeeld niet kunnen of willen betalen. Dat klinkt goed, maar bij ons  gaan meerdaagse reizen nu alleen door als 90 procent van de ouders meebetaalt, omdat de school niet kan bijleggen. Een goedbedoelde wet, maar die pakt dus niet fijn uit voor leerlingen.”

Hij vindt dat de schoolleiding van het Markland leerlingen goed betrekt bij keuzes. “Er is met ons bijvoorbeeld gesproken over de ideale lengte van digitale lessen. 50 minuten bleek te lang, later werd het 30 en nu na een evaluatie, is het 40 minuten.”
Bij discussies over de NPO-gelden zette Niels in op cultuur. “Zevenbergen is geen plek waar je makkelijk aan allerlei culturele activiteiten mee kunt doen. Het is hier geen Randstad.” Leerlingen maken bij zoiets een andere belangenafweging dan bijvoorbeeld het personeel, constateert hij. “Bij het NPO-geld zijn leraren vooral bezig met het verlagen van het hun eigen werkdruk en het wegwerken van eventuele achterstanden die leerlingen hebben opgelopen. Leerlingen hebben grotendeels online les gehad. Ze hebben elkaar soms lang niet meer gezien. Het leek mij goed om een deel van het NPO-geld te besteden aan leuke dingen, om het onderlinge contact in een klas te herstellen.” Dat voorstel werd meegenomen en Niels zit nu in een werkgroep met culturele instellingen en de gemeente, om een mooi cultureel programma op poten te zetten voor scholieren.
Juliaan: “Als leerling heb je minder ervaring in discussies en vergaderen. We beargumenteren zaken soms op een andere manier. De insteek van leerlingen is vaak erg praktisch.”

AOb Medezeggenschap helpt je graag verder bij vragen over medezeggenschap. Maar ook het LAKS heeft veel informatie voor leerlingen.

Lees ook dit artikel voor leerlingen in de mr

Ook interessant voor jou

image description
Ook voor leerlingen
image description
image description