NPO gelden zijn langer en vrijer in te zetten

Niet twee, maar vier jaar hebben scholen de tijd om met 8,5 miljard euro corona-achterstanden goed te maken. Dat betekent nu de eerste resultaten evalueren en voor de zomer opnieuw beslissen, met instemming van de medezeggenschap. “Let op de uitvoerbaarheid”, zegt beleidsmedewerker onderwijs Renske Vissers van de AOb.

Het Nationaal Programma Onderwijs om coronaschade in te halen strooit veel geld uit over het onderwijs, maar al vanaf het begin waarschuwen scholen, vakorganisaties en experts dat de beste maatregelen ook het lastigst uit te voeren zijn: wegens het lerarentekort is het bijna onmogelijk meer leerkrachten voor de klas te zetten. Nascholing en ontwikkeling van het team is al iets haalbaarder. Bij cultuureducatie en sportieve activiteiten kan het NPO-geld een smeermiddel zijn.
De vorig jaar onder hoge druk gemaakte plannen om het geld toch zo snel mogelijk te besteden, kunnen nu dus weer op de schop. “Maar het hoeft niet”, zegt onderwijskundige en beleidsmedewerker Vissers. “Als de plannen van jouw school wel binnen twee jaar uitvoerbaar zijn, kun je op schema blijven.”

Bij een peiling in het voortgezet onderwijs in november kreeg de AOb nogal wat signalen over problemen bij de besteding, zoals een hogere werkdruk en het weglekken van het geld naar commerciële bureaus. Vissers: “Uitvoerbaarheid is een belangrijk punt om op te letten in de medezeggenschap. Op de meeste ingrepen heeft de mr of de gmr instemmingsrecht. Wees er ook alert op dat geld niet onnodig weglekt naar commerciële partijen, vooral niet naar bijlesbureaus. De NPO-gelden zijn in de eerste periode helaas een enorme boost geweest voor de bijlesindustrie, hier hebben we van begin af aan als AOb al tegen geageerd.”

Nog een risico om alert op te zijn bij de herverdeling: besturen die een deel van het geld afromen voor overheadkosten. “Zeg er als mr wat van als je zoiets tegenkomt. NPO-gelden zijn er voor onderwijs en moeten niet gaan naar de reserves of naar nieuwe zit-stawerkplekken voor het bestuurskantoor.”

Het ministerie van OCW wil graag dat scholen de herverdeling afronden voor de zomervakantie, inclusief de instemming van de medezeggenschap. Meer dan aanmoedigen kan minister Dennis Wiersma niet doen: zijn voorganger heeft de NPO-gelden beschikbaar gesteld zonder zware verantwoordingseisen. “Er is geen stok om mee te slaan.”

Via menukaart en dialoogplaat naar interventies

Wat te doen met je deel van 8,5 miljard? Daar heeft het ministerie van OCW al sinds de start van het Nationaal Programma Onderwijs een ‘menukaart’ voor. Scholen kunnen kiezen welke onderdelen van pas komen en zo de eigen route kiezen om achterstanden uit de coronacrisis zo goed mogelijk in te lopen.

De gesuggereerde bestedingen staan op de in april bijgestelde menukaart vermeld als interventies in verschillende categorieën, met een aanwijzing over de kosten en de bewezen effectiviteit. Vorig jaar hebben scholen en medezeggenschappers al ervaring opgedaan met het wegen en kiezen uit dit aanbod.

De variatie aan interventies betekent ook dat er nogal wat punten zijn waarop medezeggenschap eraan te pas kan komen. Extra inzet van personeel en nascholing zijn bijvoorbeeld punten waar de personeelsgeleding instemmingsrecht over heeft, terwijl aanpassingen van het schoolplan een zaak zijn voor de hele mr. En als de NPO-bijspijkergelden naar een onderwijskundig project of experiment gaan, is er instemmingsrecht van ouders en leerlingen over de gevolgen voor die groepen – denk aan activiteiten buiten reguliere schooltijden.

In die kluwen van rechten en betrokkenen raakt een medezeggenschapper makkelijk de draad kwijt. Als eerste hulpmiddel voor meer overzicht is er de Dialoogplaat van het project Sterk Medezeggenschap. Houdt de verwarring aan, dan kunnen scholen met een mr-servicepakket een beroep doen op AOb-ondersteuning.

Ook interessant voor jou

image description
image description
image description