Onderwijsregio is niet alleen voor bobo’s maar net zo goed een zaak voor personeel

Bij de aanpak van het lerarentekort speelt sinds kort een nieuwe sector overschrijdende samenwerkingsvorm mee: de onderwijsregio’s. Daar hoort medezeggenschap bij, want alles draait hier om personeel, betoogt AOb-rayonbestuurder Philippe Abbing.

Tekst Philippe Abbing - - 4 Minuten om te lezen

336x336_infomr_vragen2

Subsidies hebben al geleid tot de vorming van 27 onderwijsregio’s, de voorlopers in dit proces. Tientallen besturen hebben elkaar daarbij gevonden. Zij komen uit verschillende combinaties van sectoren, van primair onderwijs tot hbo en universitaire lerarenopleidingen. Veel deelnemers kenden elkaar al van andere samenwerkingsvormen: de regionale aanpak personeelstekorten (RAP, 72 regio’s voor primair en voortgezet onderwijs) en het programma Samen opleiden en professionaliseren (samenwerking bij opleiden leraren po, vo en mbo).

Als vakbondsbestuurder zag ik vanaf de zijlijn dat vaak dezelfde besturen elkaar wisten te vinden, samengesteld uit scholen en bestuurders die open staan voor een vorm van samenwerking, intensief of juist minder intensief. Het ministerie van OCW heeft de mogelijkheid geboden de eerdere regelingen samen te voegen tot de nieuwe subsidie voor onderwijsregio’s, waarbij het totale budget is verhoogd. Vandaar die 27 voorloop regio’s, want geld helpt altijd.

Voorkom de verwarring van een Poolse landdag

Op inhoud weten zulke enthousiaste besturen elkaar vaak gemakkelijk te vinden en ze komen, heb ik waargenomen, ook heus wel tot afspraken. Maar dan: als po, vo, mbo en lerarenopleidingen bij elkaar zitten, moet er ook iets worden afgesproken over het besturen van de samenwerking. Iemand moet de eindverantwoording dragen voor de besteding van het OCW-geld en de uitvoering van de afspraken, want anders eindigt elke bijeenkomst in de spreekwoordelijke Poolse landdag.

Bij alle samenwerkingsvormen in het onderwijs heeft de medezeggenschap een rol, maar zeg eens eerlijk: heeft jouw (g)mr kunnen adviseren over deelname van jullie bestuur aan een onderwijsregio? Dat zou wel moeten, want er geldt adviesrecht voor duurzame samenwerking met andere besturen, en instemmingsrecht per geleding voor de gevolgen. In plaats daarvan, heb ik her en der gezien, presenteren besturen deelname aan de onderwijsregio als een noodzakelijk gegeven. De medezeggenschap krijgt informatie, maar wordt niet de formele advies- en instemmingsrol gegund. En dat is zorgelijk.

De vijf activiteiten van elke onderwijsregio zijn werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel. De gezamenlijke afspraken hebben binnen jouw bestuur gevolgen die thuishoren aan de overlegtafel: inzet van personeel (pmr), begeleiding van (nieuw) personeel (pmr), visie op begeleiding personeel, inductieprogramma’s in het personeelsbeleid ((p)mr), onderwijsvisie in het schoolplan (mr), aanstellings- en aannamebeleid ((p)mr), detachering en meer.

Iemand moet het personeel vertegenwoordigen

Moet elke mr dan dit continugesprek over de samenwerking voeren? Dat is een lastig speelveld, waar de bovenbestuurlijke afspraken worden gemaakt aan een tafel waar nog geen formele medezeggenschap is georganiseerd. Al bij de vorming van de onderwijsregio’s heeft de Algemene Onderwijsbond aangekaart dat iemand het personeel moet vertegenwoordigen. Dan kun je denken aan een variant op de ondersteuningsplanraden bij de samenwerkingsverbanden in het passend onderwijs, maar de ervaringen daarmee zijn niet bemoedigend. In de 27 voorloper regio’s claimen de vakbonden namens het personeel een plek aan de bestuurlijke tafels.

De AOb heeft de ambitie en het netwerk om dit te doen, waarbij we de inbreng uit de medezeggenschap graag meebrengen. Het is veel werk, zeker als je weet dat de ambitie is dat straks alle besturen bij een onderwijsregio’s moeten horen, maar ook nuttig.

Zelf ben ik in die rol actief in twee onderwijsregio’s, en langs de zijlijn kijk ik mee bij nog twee. Ik zie veel dezelfde soort plannen, vaak al eerder gedeeltelijk vormgegeven bij de andere subsidietrajecten. Toch zijn er voordelen: in de nieuwe samenstelling is meer mogelijk zit iedereen bijna vanzelf aan tafel om elkaars werk af te stemmen. Ofwel: dit is een reële vorm van 1 plus 1 is 3.

Vergeet het zittende personeel niet

De eerste gesprekken in elke onderwijsregio gaan over grote ambities, richting en wensen. Dan merk je dat het geld niet tegen de plinten klotst en dat er keuzes gemaakt moeten worden. Mijn eigen ambitie is niet alleen zorg te hebben voor nieuw personeel, zijinstromers en opleiden van nieuwe leraren, maar ook voor groei van zittend personeel. Denk eraan dat de onderwijsregio’s mogelijkheden scheppen om op een andere school aan de slag te gaan, of daar een project te draaien, misschien zelfs een andere taak of functie te gaan vervullen. Voor mij staat voorop dat alles wat de onderwijsregio doet een bijdrage moet leveren aan behoud van en het aantrekken van onderwijsprofessionals en het organiseren van hoogstaand onderwijs, zonder te lijden aan het gebrek aan personeel. Bestuurders en experts kunnen dat niet zonder onderwijsprofessionals. Laten we er samen voor zorgen dat hun stem op zoveel mogelijk plekken te horen blijft.