Ontwikkeltijd, nu moet het echt

Over twee maanden moet bij elke mr in het voortgezet onderwijs een plan liggen voor het terugbrengen van de lestaak en het invullen van de extra ontwikkeltijd. Om die cao-afspraak inhoud te geven is vooral belangrijk dat het hele team heeft meegepraat. Let daarop als mr, adviseren de cao-onderhandelaars van destijds.

Tekst Anka van Voorthuijsen - - 5 Minuten om te lezen

336x336_infomr_taakbeleid2

Elke docent in het voortgezet onderwijs die fulltime voor de klas staat, heeft volgend jaar 50 uur extra voor het ontwikkelen van de eigen professionele kwaliteiten. Naar rato krijgt elke docent meer tijd om het eigen onderwijs ‘goed vorm en inhoud te geven’. In het ideale geval betekent dit dat elke docent één lesuur minder per week voor de klas staat. In de cao werd afgesproken om de maximale lestaak van 750 naar 720 klokuren terug te brengen. Bij die vrijgekomen 30 uur komt de opslagfactor, dus in totaal voor de docent 50 uur tijd voor onderwijsontwikkeling, -verbreding en -verdieping.

Uiterlijk 1 januari moet het plan bij de mr liggen

Elke school moet inmiddels een plan hebben hoe docenten de extra ontwikkeltijd in willen gaan zetten; wat ze in het vervolg níet meer doen en wat ze in plaats daarvan wél gaan doen. Uiterlijk 1 januari moet het plan bij de mr liggen en de achterliggende gedachte is natuurlijk om de werkdruk te verlagen. De invoering is uitgesteld: aanvankelijk zou ingang van het schooljaar 2018-2019 op alle scholen de lestaak verminderen. Nu is dat schooljaar 2019-2020. Op naar schatting de helft van de scholen is het overigens al gelukt en ingevoerd.

Budgetneutraal

Zorgt deze cao-afspraak er echt voor dat de meerderheid van de docenten komend schooljaar een uur per week minder voor de klas staat? Henrik de Moel, dagelijks bestuurder bij de AOb en destijds een van de cao-onderhandelaars, zegt eerlijk dat hij het betwijfelt. “Er is geen extra geld, dus het moet budgetneutraal. Ik heb de indruk dat er niet veel scholen zijn die in de lessentabel gaan snijden.” Wat doen ze dan wel? Hij hoopt in elk geval dat er in de teams stevig wordt gepraat over het takenpakket, en of ze alles wat ze nu doen, ook moeten blíjven doen, zegt De Moel. “Wij vinden natuurlijk dat deze cao-afspraak bij voorkeur een lesuur minder per week op moet leveren. Maar het gaat óók om het gesprek dat je als collega’s voert. Als je samen concludeert dat een uur minder lesgeven er niet in zit, oké. Maar bedenk dan samen welke andere taken moeten vervallen of worden verminderd, zodat je die ontwikkeltijd wél in kunt vullen.”

Creatief nadenken

Je kunt als team best creatief nadenken over hoe je tóch dat uur minder voor de klas kunt staan, vindt AOb’er Herman Molleman, ook betrokken bij de cao-onderhandelingen. “Als je in minder uren net zo veel kennis over wilt dragen, moet je zoeken naar innovatieve manieren van lesgeven. Er is natuurlijk meer mogelijk dan de klassieke les. Leertuinen, stages, projecten: dat is óók allemaal onderwijstijd.” Hij hoopt dat er niet ‘gemopperd is bij het koffiezetapparaat’, zegt Molleman. “Neem de regie. Kijk eerst naar jezelf, niet naar je collega.”

Beoordeel je taken in de NGL-volgorde, adviseert rayonbestuurder Philippe Abbing: “Nuttig, Gewenst, Leuk.” Het gaat erom dat je als team ‘het hele plaatje’ onder de loep neemt, zeggen Abbing en Molleman. “Hoe zit het met de reserves van de school en de taken van mensen? Is het nog steeds logisch dat bijvoorbeeld een teamleider helemaal niet meer voor de klas staat? Naast de lessentabel kun je ook kijken hoe de organisatie is ingericht, of daar ruimte zit.”

Draagvlak

De Moel hoopt dat teams goede inhoudelijke gesprekken voeren. “Dit is een onderwerp voor alle collega’s. Maak desnoods zelf een plan. Als mr moet je zeker weten dat er breed over is gepraat, zo staat het ook in de cao, dat de mr zich ervan moet vergewissen dat er draagvlak is. Het kan niet dat een directeur zegt: dit lukt op onze school niet. Het is een andere situatie als het personeel concludeert dat er echt niets mogelijk is. Maar dan komen we als cao-partners alsnog langs, om te horen wat er aan de hand is.” Hij hoort dat veel scholen de ‘oplossing’ vinden in studiemiddagen en zo uren vrij roosteren. Dit voldoet op papier aan de afspraak, maar let dan wel op als team, adviseert De Moel. “Wat ga je doen op zo’n studiemiddag? Wie vult die in? Als de directie het onderwerp heeft bepaald én bepaalt dat jij erheen moet, komt dat niet overeen met de cao-afspraken en is het zeker geen verlaging van je werkdruk. Het is jóuw ontwikkeltijd als docent, dus er moet goed overleg zijn over de invulling van zo’n studiemiddag. Daar kan een mr natuurlijk ook op letten.”

Zo kan het ook!

Bij de Stichting Openbaar Onderwijs Noord-Holland-Noord (Sovon) zijn de gesprekken over extra ontwikkeltijd prima verlopen, zegt mr- en gmr-lid Ron Geerlings, docent techniek. Dat lukte door breed te kijken wat mogelijk is, inclusief de begroting en de reserves. Een nieuwe bestuurder constateerde dat er binnen de financiële reserves van de stichting best ruimte was. “Dat geld komt nu terug in het onderwijs. Voor de komende drie jaar is dat vastgelegd en kunnen er mensen bij.”

De gesprekken binnen zijn sectie spitsten zich toe op het ontwikkelen van nieuw lesmateriaal voor het vmbo, zegt Geerlings. “Er is te weinig goed lesmateriaal, zeker voor de vmbo-bovenbouw. Als je wilt dat leerlingen door kunnen stromen, moeten ze goed lesmateriaal hebben. Dat ontwikkelden we tot nog toe in onze eigen tijd thuis, nu gaan we er als sectie voor zitten met z’n allen. Dat levert veel meer op. Dan maak je echt flinke stappen. Zo leveren we maatwerk voor onze school en onze leerlingen.”