Reportage: Particuliere scholen doen ook medezeggenschap naar eigen smaak en inzicht

Officieel heten ze B3-scholen, sommige medewerkers spreken van ‘staatsvrije’ scholen. Als particulier onderwijs krijgen ze geen geld van de overheid, de ouders betalen alles. Gevolg: een mr is niet verplicht. Hoe pakken particuliere scholen de medezeggenschap dan aan?

Tekst Anka van Voorthuijsen - - 4 Minuten om te lezen

336x336_infomr_formatie1

Zo min mogelijk overlegstructuren, zodat docenten hun tijd kunnen besteden aan hun corebusiness: voor de klas staan. Aan medezeggenschap doet scholengroep Florencius (Haarlem, Laren en Amstelveen) niet, vertelde directeur Peter Kranenburg drie jaar geleden aan het Financieel Dagblad. Hoe het er tegenwoordig voorstaat met de medezeggenschap? Locatieleiders hebben ‘geen interesse’ om daar iets over te vertellen.

Particuliere scholen vallen niet onder de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) omdat ze geen geld krijgen van de overheid. Personeel, ouders en leerlingen kunnen dus niet terugvallen op richtlijnen en elders opgedane ervaring. Een stap naar de geschillencommissie is onmogelijk. Als er meer dan 50 werknemers in dienst zijn, is net als bij een bedrijf een ondernemingsraad verplicht, met advies- en instemmingsrecht voor de medewerkers.

Balans in belangen

Dat is bijvoorbeeld het geval op de 9 Winford Scholen. Met 200 medewerkers en 600 leerlingen (po en vo) is dit na Luzac de grootste particuliere aanbieder van onderwijs in Nederland. Eigenaar/directeur Marc Peters: “Medezeggenschap, of het nu een or of een mr heet, is erg waardevol. Het zorgt voor een balans in de belangen en is voor mij als een spiegel van alle collega’s.” Winfords or geldt voor Peters als een mr. “We kijken gewoon naar de Wms en houden ons daaraan: waar heb je instemming of adviesrecht als personeelsgeleding.”

De zeven personeelsleden in zijn medezeggenschapsorgaan vergaderen een keer per twee weken onderling en vier keer per jaar met de algemeen directeur erbij. Peters: “Er zitten geen ouders of leerlingen in. Het gaat ouders vooral om de school van hun zoon of dochter, niet om het landelijk beleid.”

Per vestiging is er wel een ouderadviesraad en een leerlingenpanel, met de vestigingsdirecteur en een medewerker erbij. Wat speelt daar zoal? Peters: “Het aannamebeleid. We mogen leerlingen weigeren, dus we moeten altijd kijken en overleggen wat een team aankan.” Beloning en wijzigingen in het curriculum worden ook besproken. “Taakbeleid speelt bij ons minder. We werken met kleine teams en kijken naar de vergoeding die iets waard is. Als jij elk jaar het schoolkamp organiseert, dan ben je daar wel een paar dagen druk mee.”

Salarishuis bovenaan agenda

Niels van der Vliet, docent economie in Rotterdam, is voorzitter van de landelijke Winford-ondernemingsraad. Bovenaan de agenda de afgelopen jaren: “Het salarishuis. Wij volgen niet de cao. Het was nodig om de verschillende taken en de beloning die daarbij hoort, duidelijker te omschrijven.” Een werkgroep met een deel van de medezeggenschappers en een externe adviseur bereikte met de directie een resultaat dat iedereen tevreden stemt. “Buitenstaanders nemen nogal eens aan dat wij veel meer betaald krijgen dan in het reguliere onderwijs. Dat is niet zo. Het is ook niet goed vergelijkbaar. In het onderwijs is een volledige baan 26 lesuren, bij ons 40. Onze opslagfactor is veel kleiner.”

Meer dat regelmatig terugkomt: “Investeringen in overnames en initiatieven als bijlesscholen en nieuwe methodes. Wij zijn daar over het algemeen wat voorzichtiger in dan de directeur. Het mag niet ten koste gaan van het huidige personeel.” Er loopt een pilot met vmbo-kader op drie scholen: “Zo’n aanpassing van het curriculum wordt natuurlijk ook uitgebreid besproken.”

Oudergeleding als oprichter

Veel particuliere scholen in het primair onderwijs beginnen als kleine initiatieven, gestart vanuit ouders. In het Friese Haulerwijk kwam de nieuwe school tot stand vanuit de oudergeleding van de mr, als reactie op steeds grotere klassen en de prestatiedruk. Een medezeggenschapsraad heeft hun nieuwe school nog niet.

De antroposofische Werfklas in Culemborg doet het al bijna 15 jaar zonder mr, zegt oprichter Daniëlle Buijsman over de school met 50 kinderen en 5 vaste leerkrachten. “We hebben korte lijnen. Dat gaat goed, omdat we zo kleinschalig zijn.” Een oudervereniging verdween toen er geen bestuursleden meer waren, maar er zijn initiatieven om opnieuw te beginnen.

Sociocratie als besluitvorming

De 15 jaar oude Vrije Ruimte in Den Haag (60 leerlingen, zowel po als vo) werkt met een ouderkring, een leerlingenkring, een begeleiderskring, een schoolkring en een bestuurskring. De medezeggenschap vindt plaats in de maandelijkse schoolkring van twee ouders, twee leerlingen en twee begeleiders. Twee afgevaardigden van deze schoolkring zitten in de bestuurskring, die bijvoorbeeld de hoogte van de ouderbijdrage bepaalt.

Begeleider Claartje van der Grinten: “Je bespreekt onderwerpen eerst in je eigen kring: dan kun je dat inbrengen in de schoolkring.” In de schoolkring telt elke stem van de gelijkwaardige individuen even zwaar, het principe van sociocratie. “Je kunt het met een voorstel eens zijn, of je moet er op z’n minst mee kunnen leven. Bij grote bezwaren moet je met een alternatief voorstel komen om te bespreken.”
Een recent besluit? “Kinderen eten hier tussen de middag samen. Uit een van de kringen kwam het voorstel om een vegetarische school te worden. Dat zijn we nu.”

Groei, maar aandeel blijft gering

Particulier onderwijs lijkt gezien de mediaberichten enorm in de lift te zitten. Dat klopt een beetje. In 2013 zaten er 400 po-leerlingen op zo’n B3-school, in 2018 waren het er 900, eind 2020 telde de Onderwijsinspectie er 978. In het voortgezet onderwijs gaat het om 653 leerlingen. Dat blijft weinig: er zijn bijna 1,4 miljoen po-leerlingen en ruim 0,9 miljoen vo-scholieren.

Marc Peters van Winford: “Prima, want explosieve groei zou betekenen dat het onderwijs slecht zou zijn. Er zijn natuurlijk veel meer mensen die particulier onderwijs kunnen betalen als ze dat willen. Maar het onderwijs in Nederland is goed, ondanks alle problemen.”

De Onderwijsinspectie hanteert naast het gesubsidieerde onderwijs:

  • B2: zelfstandige exameninstellingen
  • B3: particulier basis- en vo onderwijs
  • B4: internationale en buitenlandse scholen