Schoolplan vaker op mr-agenda dan je denkt

Er is meer dan elke vier jaar instemmen met het schoolplan. Tussendoor verschijnen veel zaken op de agenda die ook onder dat schoolplan vallen, met dus opnieuw instemmingsrecht. De Wet beroep leraar regelt dat de leerkrachten als eerste beslissen over vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische processen in school. Daarna kan de mr er een klap op geven.

Tekst Anka van Voorthuijsen - - 4 Minuten om te lezen

336x336_infomr_formatie1

Het schoolplan, dat voor maximaal vier jaar wordt vastgesteld, is het belangrijkste document van de school. In zo’n plan hoort informatie over het kwaliteitsbeleid, het onderwijskundig beleid en het personeelsbeleid op een school. Het schoolplan beschrijft de ambities en moet dus passen bij jouw school. Het gaat niet om een enorm gedetailleerde planning vooraf, maar om doelen, activiteiten en methoden om de gewenste kwaliteit te bereiken. Het mag een uitgebreid document zijn, maar dat hoeft niet.

Omdat het schoolplan behoorlijk veelomvattend en vaak globaal van karakter is, maken schoolleiders op basis van dat vierjarige schoolplan meestal aparte jaarplannen. Die zijn over het algemeen veel concreter. Door geregeld te evalueren of de beoogde doelen zijn bereikt, kunnen zo nodig verbeterplannen worden opgesteld: dat moet op den duur leiden tot kwaliteitsverbetering.

De mr heeft wél instemmingsrecht op het vierjarige schoolplan, maar niet op de aparte jaarplannen. Dat is te verklaren, want inhoudelijk borduurt het jaarplan voort op wat er in het meerjarige schoolplan staat. Maar veel onderwerpen in het jaarplan, maken deel uit van het schoolplan. En als aan die onderdelen iets verandert of nader wordt ingevuld, heeft de mr wél instemmingsrecht op dat onderdeel. Dat is als mr iets om op te letten.

Instemming tussentijds

Een schoolplan voor vier jaar mag tussentijds worden gewijzigd. Dan heeft de mr dus weer instemmingsrecht. En op veel aparte onderdelen van het schoolplan heeft de mr dus sowieso advies- of instemmingsrecht. Bijvoorbeeld als het gaat om de lessentabel of het anti-pestbeleid. Of het invoeren van een mavo-havo brugklas op een havo-vwo school. Ook het veranderen van een methode zoals die voor rekenen is een wijziging van het schoolplan, en dus heeft de mr instemmingsrecht. Plannen voor onderwijskundige vernieuwingen, denk aan speciaal aanbod voor hoogbegaafden: ook dat valt onder het schoolplan. De bevorderingsnormen, het minimumaantal toetsmomenten, herkansingsmogelijkheden: veranderingen daarop vallen allemaal onder het schoolplan, alweer heeft de mr instemmingsbevoegdheid.

Voordat de mr zich hierover buigt, moet het team hier natuurlijk al bij betrokken zijn. De Wet beroep leraar regelt dat het vooral de leerkrachten zijn die bepalen hoe er les wordt gegeven, welke methodes worden gebruikt en hoe en hoe vaak er getoetst wordt. De leraar draagt de verantwoordelijkheid voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces op school. Die professionele ruimte, sinds 2017 verankerd in het Professioneel Statuut, is cruciaal. Uiteindelijk is het dan de mr die een klap mag geven op deze voorstellen.

Geen statisch document

Mark van Essen is mr-consulent vo bij de Algemene Onderwijsbond in de regio Oost. Hij heeft de ervaring dat het complete schoolplan eigenlijk nooit als apart onderwerp op de mr-agenda staat. Het lijkt een statisch document dat eens in de vier jaar op de agenda thuishoort, maar eigenlijk bestaat het uit allemaal losse onderdelen, stukken van het beleid, zegt hij. “En dan staat het niet onder de noemer ‘schoolplan’ op de agenda en het kan voorkomen dat mr-leden zich niet realiseren dat ze daar dus wel instemmingsrecht op hebben.”

Waar kan het dan over gaan? Van Essen: “Als er bezuinigd moet worden op school, stelt een directie natuurlijk vaak veranderingen voor. Soms gaat het dan over de lessentabel, aanpassingen in het onderwijs of meer inzet van oop’ers in de klas bijvoorbeeld.”

Hij merkt bij zijn werk als consulent vaak dat medezeggenschappers niet goed weten welke onderwerpen allemaal in het schoolplan worden geregeld (‘heel veel dus’) en dat je daar dus echt iets over te zeggen hebt als mr. “Over alles wat gaat over hoe het onderwijs wordt georganiseerd, dus bijvoorbeeld de keuze voor nieuwe lesmethodes, als daarvoor een verbouwing noodzakelijk is, of aanpassingen in de lessentabel: je hebt als mr instemmingsrecht. Veel medezeggenschappers denken dat ze alleen advies mogen geven, maar het gaat echt om instemming. In het schoolplan komt bijvoorbeeld het pedagogisch-didactisch handelen aan bod. Dus als de directie nieuwe keuzes maakt, bijvoorbeeld voor laptoponderwijs: daar moet de medezeggenschapsraad mee instemmen. Je hebt als mr meer te zeggen dan je misschien dacht.”

Check!

Soms vraagt het bevoegd gezag advies over een kwestie: check toch even of het niet om instemmingsrecht gaat in plaats van advies, zegt Van Essen. “Soms weet het bevoegd gezag het natuurlijk echt niet, maar ze proberen ook wel te profiteren van die onwetendheid.”

Elk voorstel om met betrekking tot het onderwijsproces iets anders te doen dan voorheen betekent instemmingsrecht. Van Essen: “Er komen van die modes bij onderwijsgoeroes vandaan. Dan weer kunskapsskolan, laptoponderwijs, de zeven pijlers van Covey: als je dat soort dingen hoort, realiseer je dan dat de mr er al snel iets over te zeggen heeft. En natuurlijk is altijd de vraag gerechtvaardigd: waaróm gaan we het anders doen?”

Meer lezen

- Brochure OCW ‘Schoolplan: handvat voor kwaliteitsbeleid’
- Brochure Inspectie ‘Het schoolplan verandert’
- Publicatie Onderwijsgeschillen: ‘De wet medezeggenschap op scholen toegelicht’, vanaf pagina 86.