Uitspraak: Functiemix valt weg in lumpsum

Waar zijn de gelden voor de functiemix gebleven? Die vraag houdt de gemoederen bezig bij ZAAM, een combinatie van 23 scholen voor voortgezet onderwijs in Amsterdam, Zaandam en Monnickendam. De personeelsgeleding in de gmr probeert jarenlang precies te achterhalen of toegekend geld wel is besteed aan beter betaalde LC- en LD-functies voor leerkrachten – de oorspronkelijke doelstelling van de vanaf 2008 afgesproken budgetten.

Tekst Miro Lucassen - - Minder dan een minuut om te lezen

336x336_infomr_financieel2

Maar zo’n precieze verantwoording is onmogelijk, stelt het bestuur, enerzijds omdat de scholen hun leraren ook extra kunnen belonen wegens het duurdere leven in het westen van het land (de Randstadmiddelen) en anderzijds omdat de functiemixgelden zijn toegevoegd aan de lumpsum – zonder de plicht om ze apart te administreren.

Als in 2019 blijkt dat er toch functiemixgeld anders is besteed terwijl de doelstelling van de functiemix niet is gehaald, raakt het overleg tussen de gmr en het stichtingsbestuur van de rails. De personeelsgeleding berekent dat er nog 14 miljoen euro ligt te wachten op verdeling, zodat meer collega’s naar de schalen LC en LD zouden kunnen. Het bevoegd gezag zegt dat het ‘overschot’ in de eerdere jaren al is verdeeld over de scholen, en dat het ten goede is gekomen aan het personeel. De overlegpartner wil met de gmr verder praten over kwaliteitsverbetering, maar de gmr weigert zolang de zaken rond de functiemix niet zijn afgewikkeld.

Na een verloren procedure bij de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS stapt de gmr in hoger beroep naar de Ondernemingskamer, maar haalt daar opnieuw bakzeil. Als de regels vaag zijn, zoals bij de uitvoering van de functiemix, kan de medezeggenschap wel meer verlangen dan op papier staat, maar valt er weinig af te dwingen – zeker niet achteraf. Het bestuur van ZAAM heeft voldoende inzicht gegeven in de besteding van de functiemixgelden. En dan constateert de Ondernemingskamer: ‘Dat de (p)gmr het met die besteding niet eens, doet daar niet aan af.’
Ondernemingskamer 200.278.822/01, 1 juni 2021