Veldpartijen onderwijs: samen aan het werk voor medezeggenschap

- Minder dan een minuut om te lezen

336x336_infomr_huisvesting3

Goede medezeggenschap in het onderwijs vraagt om een gezamenlijke inspanning van alle betrokkenen. Dat is de strekking van een brief die de AOb met acht andere ‘veldpartijen’ in het funderend onderwijs naar minister Dijkgraaf stuurde.

Naar aanleiding van het rapport ‘Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid’ dat afgelopen voorjaar werd gepresenteerd, kondigde minister Wiersma aan de medezeggenschap in het onderwijs te willen versterken. Scholierenorganisatie LAKS, Ouders&Onderwijs, vakbonden AOb, CNV Onderwijs en FvOv, schoolleidersvereniging AVS, de Vereniging Openbaar Onderwijs, VO-raad en PO-Raad laten hem in een gezamenlijke brief weten dat zij daar al volop mee bezig zijn. Daarvoor hoeven ze niet te wachten op nieuw beleid van de minister.

Er is veel te doen op dit thema, dat erkennen alle partijen. Medezeggenschap in het onderwijs kan beslist professioneler: dat geldt voor de medezeggenschapsraden, maar evengoed voor bestuurders, schoolleiders en toezichthouders; dialoog, samenspel en verantwoording kunnen sterker worden verankerd. Daarnaast is de kennis over medezeggenschap minder bekend dan de negen ondertekenaars zouden willen.

Genoeg te verbeteren dus, bijvoorbeeld door meer communicatie: ‘Bestaande en aankomende rechten van de medezeggenschap moeten juist beter over het voetlicht worden gebracht.’ Het verspreiden van handreikingen over medezeggenschap moet bijvoorbeeld helpen, ook al omdat dat in het verleden hielp bij het opkrikken van de kwaliteit van medezeggenschap.

De negen veldpartijen in het funderend onderwijs onderstrepen het belang van nauwe samenwerking. De inzet voor het grotere doel van sterke medezeggenschap is niet veranderd, maar eerder versterkt bij alle partijen, zo is in de brief te lezen. ‘Daarom kijken we nu uit naar een hernieuwd en versterkte samenwerking op dit belangrijke onderwerp, hetgeen ook aansluit op de wensen die het kabinet heeft geuit in het regeerakkoord.’