Lerarentekort en tijdelijke contracten; tips voor de mr

Er is een lerarentekort, maar een vast dienstverband bemachtigen in het onderwijs kost moeite. Rara hoe kan dat? Of het nu gaat om lange aanstellingen op proef, overstappen naar een andere school of inspelen op krimp, altijd ligt de angst voor verplichtingen aan het personeel op de loer.

Tekst Miro Lucassen - - 8 Minuten om te lezen

336x336_infomr_werkdruk2

Ze zag exact haar eigen werk als vacature, maar Sandra de Waard mocht er niet op solliciteren. Want het ging opnieuw om een tijdelijke aanstelling voor techniek en beeldende vorming bij het Over Betuwe College in Elst. En na De Waards maximaal toegestane aantal tijdelijke aanstellingen had de school gekozen: geen vast contact voor deze leraar techniek en beeldende vorming, liever een volgende tijdelijke kracht.

De Waard koos zelf ook en liet het onomwonden weten op Twitter: ze is uit het onderwijs gestapt na een opeenstapeling van frustrerende tijdelijke contracten. “Ik was er echt klaar mee na tien jaar jobhoppen. Techniek en beeldende vorming zijn permanente vakken, er blijven altijd leraren voor nodig. Binnen de stichting zijn drie vacatures in mijn vakgebied, maar wie daarop solliciteert kan geen vaste aanstelling krijgen.”

De pijn is ongelijk verdeeld. Leraren beeldende vorming, geschiedenis en gym zijn nog altijd relatief makkelijk te vinden. De tekorten zitten bij klassieke talen, Duits, Frans, en de exacte vakken. “Als ik wiskunde of natuurkunde zou geven was het een heel ander gesprek geweest, zei mijn leidinggevende”, blikt De Waard terug. “En de collega in een andere vakgroep werd binnenboord gehouden met een vast contract, terwijl er in die sectie juist anderen waren die graag meer uren wilden.”

Als ik wiskunde of natuurkunde zou geven was het een ander gesprek geweest

De jaarstukken van haar ex-werkgever scholengroep Over- en Midden Betuwe schetsen een somber beeld: het aantal leerlingen is gedaald en hoewel de prognoses schommelen rond de huidige 3800 rekent de leiding op verdere teruggang. Minder leerlingen betekent minder subsidie; besturen vinden flexibele contracten dan nodig om de kosten te beperken. Immers, als het personeelsbestand gelijk blijft bij minder leerlingen komt de rekensom niet uit zonder de reserves in te zetten. En ontslag van vast personeel is duur, vanwege de plicht om een ontslagen werknemer te helpen bij het vinden van nieuw werk. Was het echt nodig de functie voor techniek en beeldende vorming opnieuw met een tijdelijke kracht in te vullen? Roos Sluijters van de medezeggenschapsraad kreeg van de gmr te horen: vervelende beslissing, maar noodzakelijk vanwege de dalende leerlingaantallen. “Als je iemand voor vast aanneemt, is dat echt vast. Bij krimp moet je dan anderen ontslaan en zo haalt de school zich problemen op de hals.”

Afspraken over de omvang van de flexibele schil zijn nooit gemaakt, zegt Gerrit Laurenssen, die als gmr-voorzitter vertrekt wegens pensionering: “We willen ontslagen en een sociaal plan voorkomen. Een flexibele schil ontstaat daar waar vacatures zijn. Tegelijkertijd willen we jonge mensen kans op werk bieden. Daarom hebben we ingestemd met de regeling om drie jaar tijdelijk dienstverband mogelijk te maken in plaats van twee.”

Plofklassen

Frustraties over het lerarentekort komen steevast voor de zomer boven. Met de vakantie in aantocht buitelden ook dit jaar weer de schrijnende scenario’s over elkaar heen. Op Twitter schreef ‘Docentje op haar krentje’ bijvoorbeeld:
Gisteren in het gesprek met mijn leidinggevende over komend schooljaar.
Hij: ‘Je krijgt de volgende taken: coach nieuwe docenten, examencommissie, coördinator huiswerkklas en sectievoorzitter.’
Ik: ‘Krijg ik dan een vast contract?’
Hij: ‘Ik ga daar nog naar kijken.’
De aanhouder wint soms toch: deze lerares Nederlands heeft nu een vast contract.

Record plofklassen in Lelystad: 52 leerlingen in groep 8

Leerlingen naar huis sturen is het grootste taboe, en dus vestigde Lelystad het record plofklassen: 52 leerlingen in groep 8 met één leerkracht en een klasse assistent. Leraren ertoe bewegen meer hooi op de vork te nemen is ook een optie. Kim van Strien, AOb-hoofdbestuurder en lerares Frans met een tweedegraads bevoegdheid in Katwijk, is eind augustus begonnen met onder andere 4 havo en 4 vwo. Haar werktijdfactor is opgeschroefd naar 1,1 om de extra uren te kunnen maken, ook haar collega’s namen een extra klas onder hun hoede. Van Strien heeft dit voor een jaar geaccepteerd, in de hoop dat de school voor zomer 2022 een nieuwe collega Frans weet aan te trekken met een eerstegraads bevoegdheid. “Vind die persoon en bied een goed contract aan. Want ik ga die opleiding niet doen en ik wil die uren niet blijven draaien.”

Ze heeft al veertien jaar ervaring met onbevoegde collega’s. “Het gaat niet altijd goed en dan leren de kinderen minder. Onbevoegde collega’s hebben vet veel begeleiding nodig. Ik heb zelf ook onbevoegd gestaan. Je hebt het zo druk dat je opleiding op achtergrond raakt. Het is een noodoplossing die niet mogelijk zou mogen zijn, maar in Nederland weten we niet beter. Toen ik zelf in de tweede klas van de middelbare school zat kreeg ik natuurkunde van mevrouw Van der Sluijs, die was nog in opleiding.”

Struikelblok LC

De grote steden hebben nog weinig last van dalende leerlingaantallen, maar daarbuiten zien veel schoolbesturen vol schrik de krimp komen. Al snel dekt de bekostiging dan niet langer het volledige team leraren. Slim schuiven zou in een grote organisatie kunnen lukken. Maar medezeggenschapper Theo Manders, leraar aardrijkskunde en geschiedenis bij het Sint-Janslyceum in Den Bosch, ziet bij zijn scholenkoepel OMO goedbedoelde initiatieven tot uitwisseling stranden op interne schotten en financiële beperkingen. Zijn school kwam voor een vacature in gesprek met een leerkracht van een andere OMO-vestiging. De transfer liep stuk op het LC-salaris van de veelbelovende overstapper, want het Sint-Janslyceum moet het aantal LC-aanstellingen verminderen. “Het klopt dat onze school financieel in nood zit, maar je zou binnen OMO toch een vereffening verwachten. Deze collega was echt een aanwinst geweest voor het team. Ik heb in het gmr-platform aangekaart dat we een proef zouden kunnen doen zodat twintig tot dertig mensen de mogelijkheid krijgen om zo’n overstap met behoud van schaal te maken. OMO-breed zijn er feitelijk geen kosten, zolang je extern maar LB aanneemt.” Gaat het lukken? Daar sluit Manders geen weddenschappen op af: “Twintig jaar geleden was er zo’n experiment met overstappen onder begeleiding, waar ik toen wel interesse in had. Er is niets van terechtgekomen. Nu werk ik 37 jaar op mijn school en ben ik als LD’er veel te duur voor wat dan ook.”

Afschuwelijk besluit

Op het Over Betuwe College ziet geschiedenisdocent en AOb’er John Arts de toestand somber in: “Jongeren vertrekken uit het vak, ouderen stoppen voor de pensioengerechtigde leeftijd want ze houden het niet vol. Mensen zijn opgebrand na de lockdowns. Je kunt wel zeggen dat leraren maar naar de Randstad moeten verhuizen als ze werk zoeken. Maar krijg je daar wel een vast contract? Hoe vind je een huis? Ook in het westen is er flex en zijn er scholen met krimp.”
Voor Sandra de Waard was het allemaal geen optie meer. “Het is een groot compliment naar mij dat de mr de tanden erin heeft gezet, maar het systeem is rot. Ik heb met zo veel mensen contact gehad via Twitter en dergelijke, ik heb geprobeerd het groot te maken, maar de uitkomst veranderde niet. Het was een afschuwelijk besluit om te stoppen, ik zat in zo’n leuk team, het lesgeven vond ik geweldig. Maar ik moest besluiten dat ik mezelf dit niet nog een keer aan zou doen. Je gaat toch denken dat je niet goed genoeg bent.”

De leerkracht techniek ontwikkelt nu lesmethodes om automonteurs op te leiden. “Nee, dat is geen schrale troost. Het bijzondere is wel dat ik nu begin op wat eindschaal LB is in het onderwijs. Ik zat dus met die tijdelijke aanstellingen al aan het plafond van mijn salaris. Echt, dit is een waardeloos verhaal voor het onderwijs, maar ik ben op mijn pootjes terechtgekomen.”

10 Tips voor de mr

  1. Stimuleer actief (om)scholingsbeleid op basis van meerjarenformatie. Dit verhoogt de kansen voor docenten met bevoegdheden die minder noodzakelijk zijn
  2. Stimuleer contacten voor omscholing met lerarenopleidingen, zo kan je school een opleidingsschool worden
  3. Sluit aan bij een mr-netwerk in je krimpgebied of richt zo’n uitwisseling op
  4. Gebruik de initiatieven Regionale Aanpak Lerarentekort: bezoek andere mr’s, bespreek de ambities en laat je informeren over de resultaten
  5. Tijdelijke aanstellingen voor 3 jaar mogelijk maken is een afspraak die je voor een periode kunt maken, geen beleid voor altijd
  6. Als er vacatures zijn voor vaste uren die voor vele jaren zullen blijven, bespreek dan de wenselijkheid van een vaste aanstelling
  7. Stem nooit in met een verplichte flexibele schil van een bepaald percentage. Er bestaat geen verplichting voor zoiets en wisselingen kun je met een relatief kleine flexibele schil opvangen
  8. Als de organisatie krimpt zijn flexibiliteit en mobiliteit erg belangrijk. Let op of het beleid van de school bijdraagt aan het oplossen van de kwantitatieve en kwalitatieve gevolgen voor het personeelsbestand en het onderwijs
  9. Bekijk of een andere wijze van onderwijs geven bijdraagt aan een betere inzet van het personeel
  10. Laat je niet bang maken over de kosten van ontslag. Als dat echt moet, komt er een sociaal plan. Het is een goede gewoonte dat bestuur en vakbonden elkaar jaarlijks ontmoeten, met de mr als toehoorder

Lees ook de artikelen  11 vragen over het lerarentekorthet lerarentekort en de mr of lerarentekort en onbevoegd voor de klas

De AOb heeft het lerarentekort als speerpunt. De roze olifant is symbool voor het lerarentekort en de aandacht die de AOb hier voor wil in politiek en maatschappij. Lees hoe 90% van de Nederlanders meer belasting wil betalen om het lerarentekort op te lossen door kleinere klassen. Aanpak van het lerarentekort is cruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs.