AOb: Houd vast aan medezeggenschap over de onderwijsregio
Samen het lerarentekort aanpakken is mooi, maar medezeggenschap over de maatregelen blijft een zaak per schoolbestuur. Bouw een netwerk en houd vast aan de bevoegdheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, is het dringend advies van de AOb.
Voor bestuurders is een onderwijsregio soms makkelijk, zegt AOb-rayonbestuurder primair onderwijs Ellen Scholten. Samen bedisselen hoe om te gaan met vacatures, vervanging en noodverbanden zoals in Almere. Daar mag met toestemming van de minister onbevoegd personeel voor de klas staan, want anders zouden er te veel kinderen thuiszitten.
OOP’ers vullen dan veelal de gaten op.
Het gaat de AOb er niet om hoe bekwaam deze OOP’ers voor de klas zijn. Hun inzet blijft een noodoplossing, maar de bond bekommert zich wel om hun rechten, positie in het team en vervangingsafspraken. Als de besturen in hun onderwijsregio samen OOP-beleid af willen spreken kunnen ze van alles afstemmen, maar uiteindelijk moet elk deelnemend bestuur terug naar de eigen gmr of zelfs de mr per school. Bij de personeelsgeleding ligt het instemmingsrecht over samenstelling van de formatie en veel wat daarmee samenhangt.
Scholten: “Ja, bij een onderwijsregio met tientallen besturen is dat niet eenvoudig. Maar de werkelijke medezeggenschap ligt waar die hoort te liggen, bij het personeel dat rechtstreeks te maken krijgt met de gevolgen.”
De AOb beseft dat het handig kan zijn als de medezeggenschappers in de onderwijsregio contact met elkaar hebben. Ze kunnen vergelijkbare vragen hebben voor hun bestuurder. In rayon Oost zou Scholten liefst een netwerk oprichten om dit contact mogelijk te maken. Dat kost meer moeite dan wenselijk. Scholten: “Als ik erover praat met een bestuurder, dan reageert die heel welwillend. Totdat ik over contact met zijn gmr begin.”
Moet er dan maar wetgeving komen, net zoals voor de samenwerkingsverbanden passend onderwijs een ondersteuningsplanraad is ingericht? “Alsjeblieft niet nog iets nieuws optuigen. Medezeggenschappers hebben hun rechten en kunnen die binnen de onderwijsregio uitoefenen. De AOb kan daarbij helpen.”
De onderwijsregio denkt wel over jou
In Groningen is docent geschiedenis, gmr-voorzitter en mr-secretaris Albert Jan Binnendijk druk doende overleg tussen de gmr’s van zijn onderwijsregio op te tuigen. Als mr-consulent van de AOb, nog een van zijn taken, merkt hij dat de onderwijsregio voor veel medezeggenschappers een abstract verschijnsel is. Toch speelt in zijn gebied alles waarvoor de onderwijsregio’s als samenwerkingsconstructie zijn bedacht: minder leerlingen, vergrijzing, tekortvakken, ziekteverzuim. Er duiken interessante ideeën op zoals het stimuleren van een tweede bevoegdheid. Er kunnen afspraken worden gemaakt over een flexpool, een gemeenschappelijk arbeidsloket of anders organiseren van het onderwijs in tijden van tekorten. Binnendijk:
Ook al denk je zelf niet mee, de onderwijsregio denkt wel over jou
Zijn regio houdt het bestuurlijk bescheiden. Groningen ziet zichzelf als een netwerkorganisatie waarbinnen de besturen overleggen. Daar gemaakte afspraken monden uit in een voorstel en voor zo’n voorgenomen besluit geldt per bestuur de normale medezeggenschap.
Maar als de gmr’s pas aan bod komen nadat de besturen alle details hebben bedisseld, staat de medezeggenschap voor het blok. Of het nu om instemmen of adviseren gaat, de medezeggenschap is niet bedoeld als stempelmachine. Binnendijk pleit daarom als gmr-voorzitter voor een gmr-overlegplatform dat meepraat tijdens de ontwikkeling van plannen van de onderwijsregio en daadwerkelijk invloed heeft. “Zo zorg je voor een gedragen voorstel. Dat is ook in het belang van de besturen, want dit kan voorkomen dat de gmr’s tegenstrijdige besluiten nemen.”
Van belang om een en ander soepel te laten verlopen:
- Tijdige en gelijke uitwisseling van informatie. Alle besturen moeten hetzelfde besluit voorstellen en alle gmr’s moeten over dezelfde kennis beschikken op hetzelfde moment.
- Voldoende tijd om de gmr’s instemming of advies te laten geven, meestal zes weken.
- Voor de gmr’s een informeel platform waar de medezeggenschappers meepraten en informatie kunnen uitwisselen.
Dat platform in Groningen voor elkaar krijgen blijkt een hele klus. Bij de eerste vergadering was de helft van de betrokken gmr’s afwezig. Zo kan een voorgenomen besluit de volgende keer toch als een verrassing komen. Binnendijk heeft er voor zijn club iets op gevonden:
“Ik ben ook mr-consulent voor de AOb dus ik kan bij die raden langsgaan om ze te informeren en van het belang te overtuigen dat ze iemand afvaardigen.”
Medezeggenschap houdt voorrang
In de kern is de medezeggenschap binnen onderwijsregio simpel, wat de AOb betreft. De algemene vergadering van de bond heeft uitgesproken dat zij geen overdracht van bevoegdheden wil naar de onderwijsregio’s. Ook op het ministerie is er geen verlangen waar te nemen naar extra wetgeving over onderwijsregio’s. Er komen geen extra organisatorische lagen en al helemaal geen aanvullende organen voor medezeggenschap en inspraak.
Komt er in de mr iets aan de orde dat te maken heeft met de onderwijsregio, dan geldt de Wet medezeggenschap op scholen. De kern daarvan is dat een bestuur zich pas kan binden aan een regionale afspraak als die eerst onderwerp is geweest van medezeggenschap op de eigen scholen.
Wat te doen als een onderwijsregio al dan niet opzettelijk de medezeggenschap overslaat? Binnendijk: “Stel aan de orde dat vertegenwoordiging en medezeggenschap van belang is voor het draagvlak en de kwaliteit van besluiten. Het helpt als je binnen de onderwijsregio iemand aantreft die het belang van medezeggenschap ziet. Lukt het allemaal niet, dan kun je in samenspraak met de AOb de wettelijke instrumenten van medezeggenschap inroepen en op een geschil aansturen.”
Lees hier meer over het belang van medezeggenschap in onderwijsregio’s