Het project Versterking Medezeggenschap: waarom dit project nog verrassend actueel voelt

Soms kom je iets uit het verleden tegen waarvan je denkt: dit speelt eigenlijk nog steeds. Dat had ik toen ik laatst terugdacht aan het eerste project Versterking Medezeggenschap, inmiddels dertien jaar geleden. 

Tekst Philippe Abbing - - 2 Minuten om te lezen

project medezeggenschap

Ik was net de klas uit en ineens projectleider van een samenwerking tussen werkgevers, werknemers, ouderorganisaties, leerlingenclubs en onderwijskoepels. Kortom: een vergadertafel vol mensen die allemaal vanuit een ander belang naar medezeggenschap keken. Of dat dacht ik tenminste.

Column van: Philippe Abbing

Eerlijk gezegd verwachtte ik stevige ideologische botsingen. Grote discussies over macht, invloed en rollen. Maar dat gebeurde nauwelijks. Vrijwel iedereen bleek hetzelfde uitgangspunt te delen: medezeggenschap moet - is nuttig - heb je wat aan - en moet meer zijn dan een verplicht nummer. Een goede MR is geen vinkje in een organogram, maar een serieuze gesprekspartner die mee richting geeft aan beleid en keuzes in de school.

De echte discussies gingen ergens anders over. Niet over óf medezeggenschap belangrijk is, maar over hoe je dat in de praktijk organiseert. Want wetten zijn geduldig, mensen meestal wat minder.

Dat project ontstond vijf jaar na de invoering van de WMS. Evaluaties lagen op tafel, aanbevelingen waren geschreven en de sector wilde ermee aan de slag. Dat klinkt overzichtelijk, maar voordat het project daadwerkelijk begon waren de verschillende organisaties bij elkaar gekropen en samen met de financier OCW een plan gemaakt om de aanbevelingen vorm te geven. Dat wilden ze wel samen aanpakken en na slechts 17 revisies op het projectplan, wisselende budgetten, aanvullende eisen over betrokkenheid of juist uitsluiting, kon het project eindelijk van start gaan. Medezeggenschap in optima forma eigenlijk.

Wat het project uiteindelijk interessant maakte, was dat de focus niet alleen op regels lag, maar juist op gedrag. Want veel problemen in medezeggenschap blijken geen juridische problemen te zijn, maar menselijke. Wantrouwen. Gedoe over rollen. Bestuurders die de MR zien als hindermacht. MR-leden die vooral willen “scoren”. Ouders die denken dat een school bestuurd moet worden alsof het een logistiek bedrijf is.

Eén aanpak werkte opvallend goed. Als een school echt vastzat, stuurden we niet één adviseur, maar twee. Eén sprak vooral met bestuur of directie, de ander met de MR. Pas daarna brachten we beide perspectieven weer bij elkaar. Verrassend vaak ontstond er dan weer beweging.

En misschien wel het leukste onderdeel: de samenwerking met Theaterzaken, 2 hilarische dames, die herkenbare scènes maakten over medezeggenschap. Pijnlijk soms, maar vooral ontzettend grappig. Ik moet er nog steeds om lachen. En tegelijk dacht bijna iedereen: “Oei… zo gaat het bij ons soms ook.”

Misschien moeten we die filmpjes tijdens het WMS-congres gewoon weer eens afstoffen.

Meer weten over jouw rol in de MR? Volg een cursus die bij je past: