Nieuwe MR-leden: Welke soorten rechten heeft de MR eigenlijk?
Je bent net gekozen voor de medezeggenschapsraad. Leuk, belangrijk en misschien ook een beetje spannend. Want ineens krijg je stukken over begrotingen, schoolbeleid, personeel of onderwijsplannen te zien. En dan komt die vraag: wat mag ik hier eigenlijk van vinden? En wat kan ik ermee?
Als nieuw MR-lid hoef je niet meteen alle regels uit je hoofd te kennen. Maar het is wel handig om te weten welke rechten de medezeggenschap heeft. De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) geeft de medezeggenschap namelijk verschillende mogelijkheden om invloed uit te oefenen. De belangrijkste zijn het overlegrecht, initiatiefrecht, informatierecht, adviesrecht en instemmingsrecht.
Maar er is nog iets om op te letten. Niet iedere bevoegdheid ligt automatisch bij de MR als geheel. Soms is de personeelsgeleding (PMR) bevoegd, soms de ouder- en leerlinggeleding (OMR) en soms, bij voorstellen of besluiten die meerdere scholen aangaan, de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR). De eerste vraag is daarom niet: welk recht heeft de MR? Maar: waar gaat het voorgenomen besluit precies over en wie is volgens de WMS bevoegd? Pas daarna komt de vraag aan de orde welke bevoegdheid daarbij hoort.
Een korte wegwijzer voor nieuwe MR-leden
Een goede eerste stap is daarom: kijk eerst wat er precies voorligt. Gaat het om een voorgenomen besluit van het bevoegd gezag? Op welk niveau speelt dit: op schoolniveau of op het niveau van meerdere scholen? En welke medezeggenschapsraad of geleding is bevoegd? Daarna kun je bepalen welke bevoegdheid van toepassing is. Dat kan soms ingewikkeld zijn. Bij één onderwerp kunnen bovendien verschillende bevoegdheden of geledingen een rol spelen. Het is dus niet verstandig om alleen af te gaan op wat er in een begeleidende brief van het bevoegd gezag staat. De WMS bepaalt wie welke bevoegdheid heeft.
Instemmingsrecht: een besluit kan niet zomaar worden uitgevoerd
Bij bepaalde onderwerpen heeft de medezeggenschap instemmingsrecht. Dat betekent dat het bevoegd gezag een voorgenomen besluit niet zomaar kan uitvoeren als de vereiste instemming ontbreekt. In het voortgezet onderwijs heeft het personeelsdeel op een aantal onderwerpen een eigen instemmingsrecht. Voor andere onderwerpen ligt het instemmingsrecht bij de ouder- en leerlinggeleding of bij de MR als geheel. Bij aangelegenheden die meerdere scholen aangaan, kan de bevoegdheid bij de GMR liggen.
Instemmingsrecht is een stevig instrument. De MR of betreffende geleding kan daarmee voorkomen dat een voorgenomen besluit zonder de vereiste instemming wordt uitgevoerd. Als het bevoegd gezag het besluit toch uitvoert, kan dat onder bepaalde omstandigheden zelfs leiden tot een geschil of tot het inroepen van de nietigheid van het besluit.
Adviesrecht: invloed vóór het besluit
Bij andere onderwerpen heeft de medezeggenschap adviesrecht. Het bevoegd gezag moet de bevoegde MR, geleding of GMR dan in de gelegenheid stellen advies uit te brengen voordat een besluit wordt genomen. Adviesrecht is iets anders dan instemmingsrecht: het bevoegd gezag hoeft een advies niet automatisch over te nemen. Maar het advies kan ook niet zomaar terzijde worden geschoven. Het bevoegd gezag moet het advies serieus behandelen en bij een besluit dat afwijkt van het advies de MR informeren over de redenen daarvoor.
Ook hier is het moment belangrijk. Als de MR pas wordt betrokken wanneer de beslissing feitelijk al vaststaat, is van echte medezeggenschap weinig sprake. De bedoeling van de WMS is juist dat de medezeggenschap invloed kan uitoefenen op een voorgenomen besluit.
Recht op informatie: vraag door
Een van de belangrijkste rechten van de medezeggenschap is misschien wel het informatierecht. Goede medezeggenschap begint met goede informatie. Volgens artikel 8 van de WMS moet het bevoegd gezag de MR tijdig alle informatie verstrekken die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. De MR kan ook zelf om informatie vragen.
Komt het bestuur bijvoorbeeld met een voorstel om de organisatie, het personeelsbeleid of het onderwijsprogramma te wijzigen? Vraag dan door:
- Wat is precies het probleem?
- Waarom is deze oplossing gekozen?
- Wat zijn de gevolgen voor personeel, leerlingen en ouders?
- Welke alternatieven zijn onderzocht?
- Wat zijn de financiële gevolgen?
- Hoe en wanneer wordt het besluit geëvalueerd?
Zonder voldoende informatie kan de MR zijn wettelijke taak immers niet goed uitvoeren. Het is dus niet vreemd om door te vragen als een voorstel nog vragen oproept.
Overlegrecht: praat niet alleen over stukken
De medezeggenschap heeft ook recht op overleg met het bevoegd gezag. Dat overleg gaat niet alleen over de formele voorstellen die op de agenda staan. Het is ook een manier om informatie uit te wisselen, vragen te stellen en ontwikkelingen op school te bespreken. Goed overleg kan bovendien voorkomen dat een verschil van inzicht pas ontstaat wanneer een besluit al bijna definitief is.
Initiatiefrecht: de MR hoeft niet af te wachten
Medezeggenschap betekent ook dat je niet alleen hoeft te reageren op plannen van het bestuur. De MR heeft initiatiefrecht. De raad kan zelf voorstellen doen over onderwerpen die de school aangaan en het bevoegd gezag vragen daarover een standpunt in te nemen. Dat maakt de MR meer dan een soort controlepost aan het einde van een besluitvormingsproces. De MR kan ook zelf onderwerpen op de agenda zetten. Denk bijvoorbeeld aan een voorstel om de communicatie met ouders te verbeteren, de werkdruk aan te pakken of leerlingen meer bij schoolbeleid te betrekken.
Wie heeft eigenlijk welk recht?
Voor nieuwe MR-leden is misschien wel het lastigste onderdeel dat niet iedere bevoegdheid bij dezelfde groep ligt. De WMS maakt onderscheid tussen de MR als geheel, de personeelsgeleding (PMR), de ouder- en leerlinggeleding (OMR) en de GMR.
Bij een onderwerp dat alleen één school betreft, ligt de bevoegdheid meestal bij de MR of een van de geledingen. Gaat het om beleid dat meerdere scholen van hetzelfde bevoegd gezag raakt, dan kan de GMR aan zet zijn. Ook kunnen bepaalde rechten specifiek aan de personeelsgeleding of aan de ouder- en leerlinggeleding toekomen.
Vraag daarom bij ieder voorgenomen besluit eerst:
- Waar gaat het voorstel precies over?
- Is er sprake van een voorgenomen besluit waarover de medezeggenschap een bevoegdheid heeft?
- Welke raad of geleding is bevoegd: MR, PMR, OMR of GMR?
- Welke bevoegdheid hoort daarbij: overleg, initiatief, informatie, advies of instemming?
- Hebben we alle informatie die we nodig hebben?
- Wordt de medezeggenschap op tijd betrokken om daadwerkelijk invloed uit te oefenen?
- Wat moet er formeel worden vastgelegd?
Die volgorde voorkomt dat je als MR meteen in een discussie over de inhoud duikt, terwijl nog niet duidelijk is wie waarover mag meepraten.
Gebruik de WMS als hulpmiddel
De WMS is meer dan een wet die vertelt wat de rechten en plichten van de MR zijn. Het is een instrument om invloed uit te oefenen. Komt er een nieuw voorstel van het bevoegd gezag? Kijk dan niet alleen naar wat het bestuur vraagt, maar ook naar wat de WMS de medezeggenschap geeft.
Als lid van de MR heb je volgens de WMS recht op scholing en deskundigheidsbevordering. Het schoolbestuur moet de kosten hiervan vergoeden en hiervoor voldoende tijd inroosteren. Maak hier gebruik van, zeker als nieuw lid. Je hoeft niet alles al te weten. Maar je mag wel verwachten dat je de kennis en informatie krijgt om je rol goed te kunnen vervullen.
Zo zorg je dat jouw stem niet alleen wordt gehoord, maar dat je ook weet wanneer, namens wie en met welke bevoegdheid je die stem kunt laten gelden.
Loopt uw MR of GMR tegen vragen aan? De trainers en adviseurs van de AOb kunnen ondersteunen met juridisch advies, begeleiding en maatwerktrainingen over onder meer financiën, AI, onderwijsvernieuwing, samenwerking binnen de MR en de toepassing van de WMS.